Hoe zeg je "bezoek!" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “bezoek!” is “visita” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.
Dutch → SpaansA1
verbA1

Voorbeelden
Ella visita el museo de arte cada mes.
Zij bezoekt het kunstmuseum elke maand.
¡Visita a tu abuela este fin de semana!
Bezoek je oma dit weekend!
Persoonlijk 'a'
Wanneer je een persoon of huisdier bezoekt, moet je het kleine voorzetsel 'a' gebruiken vóór de persoon, net als bij 'Visito a mi tía' (Ik bezoek mijn tante). Dit is een typisch Spaans kenmerk dat in het Nederlands ontbreekt (wij zeggen 'Ik bezoek mijn tante').
Het weglaten van de 'a'
Fout: “Visito mi tía.”
Correctie: Visito a mi tía. (Vergeet de 'persoonlijke a' niet als het lijdend voorwerp een persoon is!)
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.