visita
bee-SEE-tah
/biˈsi.ta/
Visita kan 'bezoek' betekenen, de handeling of het moment van iemand zien.
visita(Zelfstandig naamwoord)
bezoek
?de handeling of het moment van iemand zien
,uitstapje
?een korte reis naar een plek
inspectie
?formal or professional visit
📝 In Actie
Tuvimos una visita muy agradable a la casa de la abuela.
A1We hadden een heel aangenaam bezoek aan oma's huis.
La visita al médico es mañana por la mañana.
A2Het doktersbezoek is morgenochtend.
💡 Grammaticapunten
Gebruik van 'Hacer'
Om te praten over het brengen van een bezoek, gebruikt het Spaans vaak 'hacer una visita' (een bezoek maken) in plaats van alleen 'tener una visita' (een bezoek hebben). In het Nederlands zeggen we meestal 'een bezoek brengen' of 'op bezoek gaan'.

Visita kan ook 'gast' betekenen, iemand die gastvrijheid ontvangt in het huis van een ander.
visita(Zelfstandig naamwoord)
gast
?persoon die gastvrijheid ontvangt
,bezoeker
?persoon die langskomt om iemand te zien
gezelschap
?collective group of guests
📝 In Actie
¡Tenemos visita! Pasa la visita a la sala, por favor.
A2We hebben bezoek! Breng de gasten naar de woonkamer, alstublieft.
Ella es mi visita de hoy.
B1Zij is mijn bezoeker vandaag.
💡 Grammaticapunten
Vast Geslacht
Zelfs als de gast een man is, blijft het woord 'visita' vrouwelijk ('la visita'). Je kunt zeggen 'El señor es mi visita' (De heer is mijn gast). Dit is anders dan in het Nederlands, waar we 'de gast' gebruiken voor zowel mannen als vrouwen.

De werkwoordsvorm van visita betekent 'hij/zij/het bezoekt', verwijzend naar de handeling van het gaan zien van een persoon of plaats.
visita(Werkwoord)
hij/zij/het bezoekt
?Tegenwoordige tijd, 3e persoon enkelvoud
,u bezoekt
?Tegenwoordige tijd, Usted-vorm
bezoek!
?Imperative Tense, Tú form (command)
📝 In Actie
Ella visita el museo de arte cada mes.
A1Zij bezoekt het kunstmuseum elke maand.
¡Visita a tu abuela este fin de semana!
A1Bezoek je oma dit weekend!
💡 Grammaticapunten
Persoonlijk 'a'
Wanneer je een persoon of huisdier bezoekt, moet je het kleine voorzetsel 'a' gebruiken vóór de persoon, net als bij 'Visito a mi tía' (Ik bezoek mijn tante). Dit is een typisch Spaans kenmerk dat in het Nederlands ontbreekt (wij zeggen 'Ik bezoek mijn tante').
❌ Veelgemaakte Fouten
Het weglaten van de 'a'
Fout: “Visito mi tía.”
Correctie: Visito a mi tía. (Vergeet de 'persoonlijke a' niet als het lijdend voorwerp een persoon is!)
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: visita
Vraag 1 van 1
Welke zin gebruikt 'visita' als een persoon, niet als een handeling?
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
📚 Meer bronnen
Veelgestelde Vragen
Is 'visita' mannelijk of vrouwelijk als het naar een mannelijke gast verwijst?
Het woord 'visita' is altijd vrouwelijk, ongeacht het geslacht van de gast. Je zou zeggen 'el' hombre es 'la' visita. Het grammaticale geslacht van het zelfstandig naamwoord blijft hetzelfde.
Wat is het verschil tussen 'visita' (zelfstandig naamwoord) en 'visitar' (werkwoord)?
'Visita' is het resultaat of het evenement zelf (het bezoek), terwijl 'visitar' de handeling is van ergens naartoe gaan (bezoeken). Het Spaans gebruikt de zelfstandige naamwoordvorm vaak, zelfs als het Engels de voorkeur zou geven aan het werkwoord.