visita
“visita” betekent “bezoek” in het Spaans. Het heeft 3 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
bezoek, uitstapje
Ook: inspectie
📝 In Actie
Tuvimos una visita muy agradable a la casa de la abuela.
A1We hadden een heel aangenaam bezoek aan oma's huis.
La visita al médico es mañana por la mañana.
A2Het doktersbezoek is morgenochtend.
gast, bezoeker
Ook: gezelschap
📝 In Actie
¡Tenemos visita! Pasa la visita a la sala, por favor.
A2We hebben bezoek! Breng de gasten naar de woonkamer, alstublieft.
Ella es mi visita de hoy.
B1Zij is mijn bezoeker vandaag.
hij/zij/het bezoekt, u bezoekt
Ook: bezoek!
📝 In Actie
Ella visita el museo de arte cada mes.
A1Zij bezoekt het kunstmuseum elke maand.
¡Visita a tu abuela este fin de semana!
A1Bezoek je oma dit weekend!
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
Woorden die vertaald worden als "visita" in het Spaans:
bezoek!→bezoeker→gast→gezelschap→inspectie→u bezoekt→uitstapje→✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: visita
Vraag 1 van 1
Welke zin gebruikt 'visita' als een persoon, niet als een handeling?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
🎵 Rijmwoorden▼
📚 Etymologie▼
Het woord komt van het Latijnse werkwoord 'visitare', wat 'gaan zien' of 'bekijken' betekent. Het heeft zijn kerngedachte van het naar een specifieke plaats gaan om iemand te inspecteren of te zien behouden.
Eerste vermelding: Medieval Latin
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Is 'visita' mannelijk of vrouwelijk als het naar een mannelijke gast verwijst?
Het woord 'visita' is altijd vrouwelijk, ongeacht het geslacht van de gast. Je zou zeggen 'el' hombre es 'la' visita. Het grammaticale geslacht van het zelfstandig naamwoord blijft hetzelfde.
Wat is het verschil tussen 'visita' (zelfstandig naamwoord) en 'visitar' (werkwoord)?
'Visita' is het resultaat of het evenement zelf (het bezoek), terwijl 'visitar' de handeling is van ergens naartoe gaan (bezoeken). Het Spaans gebruikt de zelfstandige naamwoordvorm vaak, zelfs als het Engels de voorkeur zou geven aan het werkwoord.


