Inklingo

visita

bee-SEE-tahbiˈsi.ta

bezoek, uitstapje

Ook: inspectie
Een kinderboekillustratie van een persoon die blij bij de open voordeur van een huis staat en een andere persoon begroet die net is gearriveerd met een klein ingepakt doosje.

📝 In Actie

Tuvimos una visita muy agradable a la casa de la abuela.

A1

We hadden een heel aangenaam bezoek aan oma's huis.

La visita al médico es mañana por la mañana.

A2

Het doktersbezoek is morgenochtend.

Woordverbindingen

Synoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • hacer una visitaeen bezoek brengen
  • visita guiadarondleiding

gast, bezoeker

Ook: gezelschap
Een kinderboekillustratie van een glimlachende persoon die comfortabel op een woonkamersofa zit en een kopje thee aanneemt dat door de staande gastheer wordt aangeboden.

📝 In Actie

¡Tenemos visita! Pasa la visita a la sala, por favor.

A2

We hebben bezoek! Breng de gasten naar de woonkamer, alstublieft.

Ella es mi visita de hoy.

B1

Zij is mijn bezoeker vandaag.

Woordverbindingen

Synoniemen

Antoniemen

  • anfitrión (gastheer)

hij/zij/het bezoekt, u bezoekt

Ook: bezoek!
WerkwoordA1regular ar
Een kinderboekillustratie van een enkel persoon die voor een beroemd, herkenbaar monumentaal gebouw staat en met interesse omhoog kijkt.
infinitivevisitar
gerundvisitando
past Participlevisitado

📝 In Actie

Ella visita el museo de arte cada mes.

A1

Zij bezoekt het kunstmuseum elke maand.

¡Visita a tu abuela este fin de semana!

A1

Bezoek je oma dit weekend!

Woordverbindingen

Synoniemen

  • conocer (zien/ontmoeten)
  • ir a ver (gaan zien)

Antoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • visitar un paíseen land bezoeken
  • visitar a la familiafamilie bezoeken

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/ustedvisita
yovisito
visitas
ellos/ellas/ustedesvisitan
nosotrosvisitamos
vosotrosvisitáis

imperfect

él/ella/ustedvisitaba
yovisitaba
visitabas
ellos/ellas/ustedesvisitaban
nosotrosvisitábamos
vosotrosvisitabais

preterite

él/ella/ustedvisitó
yovisité
visitaste
ellos/ellas/ustedesvisitaron
nosotrosvisitamos
vosotrosvisitasteis

subjunctive

present

él/ella/ustedvisite
yovisite
visites
ellos/ellas/ustedesvisiten
nosotrosvisitemos
vosotrosvisitéis

imperfect

él/ella/ustedvisitara
yovisitara
visitaras
ellos/ellas/ustedesvisitaran
nosotrosvisitáramos
vosotrosvisitarais

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "visita" in het Spaans:

bezoek!bezoekergastgezelschapinspectieu bezoektuitstapje

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: visita

Vraag 1 van 1

Welke zin gebruikt 'visita' als een persoon, niet als een handeling?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
🎵 Rijmwoorden
📚 Etymologie

Het woord komt van het Latijnse werkwoord 'visitare', wat 'gaan zien' of 'bekijken' betekent. Het heeft zijn kerngedachte van het naar een specifieke plaats gaan om iemand te inspecteren of te zien behouden.

Eerste vermelding: Medieval Latin

Cognaten (Verwante woorden)

English: visitFrench: visitePortuguese: visita

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Is 'visita' mannelijk of vrouwelijk als het naar een mannelijke gast verwijst?

Het woord 'visita' is altijd vrouwelijk, ongeacht het geslacht van de gast. Je zou zeggen 'el' hombre es 'la' visita. Het grammaticale geslacht van het zelfstandig naamwoord blijft hetzelfde.

Wat is het verschil tussen 'visita' (zelfstandig naamwoord) en 'visitar' (werkwoord)?

'Visita' is het resultaat of het evenement zelf (het bezoek), terwijl 'visitar' de handeling is van ergens naartoe gaan (bezoeken). Het Spaans gebruikt de zelfstandige naamwoordvorm vaak, zelfs als het Engels de voorkeur zou geven aan het werkwoord.