Inklingo

visitar

vee-see-TARbi.siˈtaɾ

visitar betekent bezoeken in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:

bezoekenOok: langsgaan om te zien, op bezoek gaan bij

WerkwoordA1regular ar
Een klein kind met een rugzak staat blij omhoog te kijken naar een hoge, kleurrijke vuurtoren op een zonnige dag, wat de daad van het bezoeken van een plaats illustreert.
infinitivevisitar
gerundvisitando
past Participlevisitado

📝 In Actie

Quiero visitar a mis abuelos este fin de semana.

A1

Ik wil dit weekend mijn grootouders bezoeken.

Estamos visitando el Museo del Prado en Madrid.

A2

We bezoeken het Prado Museum in Madrid.

¿Has visitado alguna vez la Torre Eiffel?

A2

Heb je ooit de Eiffeltoren bezocht?

Woordverbindingen

Synoniemen

Antoniemen

  • irse (weggaan)
  • despedirse (afscheid nemen)

Veelvoorkomende Collocaties

  • visitar un museoeen museum bezoeken
  • visitar a la familiafamilie bezoeken

inspecterenOok: controleren, onderzoeken

WerkwoordB1regular arformal
Een volwassene met een gele helm en veiligheidsvest houdt een klembord vast terwijl hij nauwkeurig een groot, eenvoudig stuk machine in een fabriek onderzoekt, wat de daad van inspectie illustreert.

📝 In Actie

El doctor visita a sus pacientes dos veces al día.

B1

De dokter controleert zijn patiënten twee keer per dag.

El inspector de sanidad visitó el restaurante sin avisar.

B2

De gezondheidsinspecteur inspecteerde het restaurant zonder waarschuwing.

Woordverbindingen

Synoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • visitar la obrade bouwplaats inspecteren

Indicative

Present

yovisito
visitas
él/ella/ustedvisita
nosotrosvisitamos
vosotrosvisitáis
ellos/ellas/ustedesvisitan

Imperfect

yovisitaba
visitabas
él/ella/ustedvisitaba
nosotrosvisitábamos
vosotrosvisitabais
ellos/ellas/ustedesvisitaban

Preterite

yovisité
visitaste
él/ella/ustedvisitó
nosotrosvisitamos
vosotrosvisitasteis
ellos/ellas/ustedesvisitaron

Subjunctive

Present Subjunctive

yovisite
visites
él/ella/ustedvisite
nosotrosvisitemos
vosotrosvisitáis
ellos/ellas/ustedesvisiten

Imperfect Subjunctive

yovisitara
visitaras
él/ella/ustedvisitara
nosotrosvisitáramos
vosotrosvisitarais
ellos/ellas/ustedesvisitaran

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "visitar" in het Spaans:

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: visitar

Vraag 1 van 2

Welke zin gebruikt 'visitar' correct als het over een persoon gaat?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
la visita(het bezoek (zelfstandig naamwoord))Zelfstandig naamwoord
el visitante(de bezoeker (zelfstandig naamwoord))Zelfstandig naamwoord
visitado/a(bezocht (bijvoeglijk naamwoord))Bijvoeglijk naamwoord
🎵 Rijmwoorden
📚 Etymologie

Komt rechtstreeks van het Latijnse werkwoord *visitare*, wat 'gaan zien' of 'bekijken' betekent. Het deelt een wortel met het woord 'visie' (zicht).

Eerste vermelding: 13th century

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: visitarItalian: visitareFrench: visiter

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Heb ik een voorzetsel nodig zoals 'a' of 'en' na 'visitar'?

Meestal niet! 'Visitar' is een direct werkwoord. Je zegt gewoon 'visitar [de plaats]' (Visito México). De enige uitzondering is de persoonlijke 'a' bij het bezoeken van een specifieke persoon (Visito *a* Ana). In het Nederlands gebruiken we hier vaak 'naar' of niets.

Kan ik 'visitarse' (de wederkerende vorm) gebruiken?

Ja, maar het betekent 'elkaar bezoeken'. Bijvoorbeeld, 'Nos visitamos a menudo' betekent 'Wij bezoeken elkaar vaak'. Dit komt overeen met het Nederlandse 'elkaar bezoeken'.