Hoe zeg je "bezoeker" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “bezoeker” is “visita” — A2 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.
Dutch → SpaansA2
nounA2
persoon die langskomt om iemand te zien

Voorbeelden
¡Tenemos visita! Pasa la visita a la sala, por favor.
We hebben bezoek! Breng de gasten naar de woonkamer, alstublieft.
Ella es mi visita de hoy.
Zij is mijn bezoeker vandaag.
Vast Geslacht
Zelfs als de gast een man is, blijft het woord 'visita' vrouwelijk ('la visita'). Je kunt zeggen 'El señor es mi visita' (De heer is mijn gast). Dit is anders dan in het Nederlands, waar we 'de gast' gebruiken voor zowel mannen als vrouwen.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.