Hoe zeg je "cake" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “cake” is “bizcocho” — gebruik 'bizcocho' voor een lichte, luchtige cake, vaak gemaakt met eieren en suiker, zoals een cake of sponscake.
bizcocho
beez-KOH-chohbisˈkotʃo

Voorbeelden
Mi abuela hizo un bizcocho de limón para la merienda.
Mijn oma maakte een citroencake voor de middag snack.
El secreto de un buen bizcocho es batir bien los huevos.
Het geheim van een goede cake is het goed kloppen van de eieren.
Este bizcocho está muy esponjoso y tierno.
Deze cake is erg luchtig en zacht.
Gebruik van 'Un' vs. 'El'
Gebruik 'un bizcocho' als je het hebt over één hele cake, maar als je ervan eet, kun je 'como bizcocho' zeggen zonder 'un' om aan te geven dat je er algemeen van eet.
Verbuiging van bijvoeglijke naamwoorden
Omdat 'bizcocho' een mannelijk woord is, moet elk woord dat het beschrijft eindigen op 'o', zoals 'bizcocho riquísimo' (heerlijke cake).
Bizcocho vs. Pastel
Fout: “Een luxe verjaardagstaart met glazuur een 'bizcocho' noemen in Spanje.”
Correctie: In Spanje is een 'bizcocho' meestal een eenvoudige, ongeglazuurde cake of cake. Gebruik voor luxe taarten met room of glazuur 'tarta'.
torta
TOR-tahˈtoɾta

Voorbeelden
Compramos una torta de chocolate para el cumpleaños de mi hermana.
We kochten een chocoladetaart voor de verjaardag van mijn zus.
La torta de manzana que hizo mi abuela es deliciosa.
De appeltaart (of taart) die mijn oma maakte is heerlijk.
Cake Verwarring
Fout: “Het gebruik van 'torta' voor een hoge, gelaagde cake in Spanje of het Zuidelijk Kegelland.”
Correctie: Gebruik in plaats daarvan 'pastel' of 'tarta'. 'Torta' impliceert vaak een plattere, eenvoudigere cake of taart in veel gebieden buiten Mexico.
Bizcocho vs Torta: Het belangrijkste verschil
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

