Hoe zeg je "datum" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “datum” is “fecha” — gebruik 'fecha' wanneer je spreekt over de specifieke dag van de maand, zoals de huidige datum of een afspraak..
fecha
/FEH-chah//ˈfetʃa/

Voorbeelden
¿Cuál es la fecha de hoy?
Wat is de datum van vandaag?
Necesito saber la fecha de tu vuelo.
Ik moet de datum van uw vlucht weten.
Escribió la fecha en la parte superior de la carta.
Hij schreef de datum bovenaan de brief.
De datum vragen
Om naar de datum te vragen, gebruik je het werkwoord 'ser' (zijn) met 'cuál': '¿Cuál es la fecha?' Dit is vergelijkbaar met het Nederlandse 'Wat is de datum?'
Vrouwelijk Zelfstandig Naamwoord
Onthoud dat 'fecha' altijd vrouwelijk is, dus je gebruikt 'la fecha' (de datum). In het Nederlands is 'datum' ook vrouwelijk ('de datum'), dus dit is een goede overeenkomst.
Gebruik van 'es' voor de dag
Fout: “Es 15 de enero. (Onjuiste structuur)”
Correctie: Hoy es 15 de enero. (Voeg altijd 'Hoy es' toe bij het vermelden van de dag van de maand, net als in het Nederlands: 'Vandaag is het 15 januari.')
data
/dah-tah//ˈdata/

Voorbeelden
Este documento es de antigua data.
Dit document is van een oude datum (het is erg oud).
Es un problema de larga data en nuestra sociedad.
Het is een langdurig probleem in onze samenleving.
Vrouwelijk Zelfstandig Naamwoord
Hoewel het lijkt op het Engelse woord 'data', is dit in het Spaans een vrouwelijk zelfstandig naamwoord, dus je gebruikt 'la' of 'una' ervoor.
De 'Informatie' Valstrik
Fout: “Het gebruik van 'la data' om computerinformatie te betekenen.”
Correctie: Gebruik 'los datos' (mannelijk meervoud) voor digitale of statistische informatie. 'Data' in het Spaans verwijst bijna altijd naar tijd of data.
Fecha vs. Data
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

