Hoe zeg je "leeftijd" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “leeftijd” is “edad” — gebruik 'edad' om specifiek de leeftijd van een persoon of levend wezen aan te geven, of de periode dat iets bestaat..
edad
/e-dad//eˈðað/

Voorbeelden
¿Qué edad tienes?
Hoe oud ben je?
Mi abuela tiene noventa años de edad.
Mijn grootmoeder is negentig jaar oud.
La edad mínima para votar es dieciocho años.
De minimumleeftijd om te stemmen is achttien.
Gebruik van 'Tener' voor Leeftijd
In het Spaans 'heb' je een leeftijd, je 'bent' niet een leeftijd. Gebruik altijd het werkwoord 'tener' (hebben), niet 'ser' of 'estar'. Bijvoorbeeld, 'Tengo 30 años' betekent 'Ik ben 30 jaar oud'.
Gebruik van 'Ser' in plaats van 'Tener'
Fout: “Soy veinte años.”
Correctie: Tengo veinte años. Onthoud dat je in het Spaans je jaren bezit!
año
/AN-yo//ˈaɲo/

Voorbeelden
Tiene veinte años.
Hij/zij is twintig jaar oud.
El año tiene doce meses.
Het jaar heeft twaalf maanden.
Feliz Año Nuevo.
Gelukkig Nieuwjaar.
¿Cuántos años tienes?
Hoe oud ben je?
Leeftijd uitdrukken met 'Tener'
Om te zeggen hoe oud je bent, gebruikt het Spaans het werkwoord 'tener' (hebben), niet 'ser' (zijn). Je zegt letterlijk 'Ik heb 20 jaar'. Zie het alsof je levensjaren hebt verzameld!
Zeggen dat je X jaar 'bent'
Fout: “Yo soy veinte años.”
Correctie: Zeg 'Tengo veinte años.' Onthoud dat je in het Spaans jaren *hebt*, je ze niet *bent* (zoals in het Nederlands 'Ik ben 20').
De allesbelangrijke 'ñ'
Fout: “Tengo veinte anos.”
Correctie: Schrijf altijd 'años' met de tilde (~). Het woord 'ano' zonder tilde betekent 'anus', wat tot een zeer gênante fout kan leiden!
tiempo
/tyem-po//ˈtjempo/

Voorbeelden
No tengo mucho tiempo libre.
Ik heb niet veel vrije tijd.
¿Cuánto tiempo necesitas para terminar?
Hoeveel tijd heb je nodig om klaar te zijn?
El tiempo lo cura todo.
Tijd heelt alle wonden.
Niet-telbaar Zelfstandig Naamwoord
Wanneer je het over tijd in het algemeen hebt, heeft 'tiempo' meestal geen meervoudsvorm. Je zegt 'mucho tiempo' (veel tijd), niet 'muchos tiempos'.
'Tiempo' versus 'Vez' versus 'Hora'
Fout: “Het gebruik van 'tiempo' om 'één keer' of 'uur' aan te duiden.”
Correctie: Gebruik 'vez' voor instanties (una vez = één keer) en 'hora' voor de tijd op de klok (¿Qué hora es? = Hoe laat is het?). 'Tiempo' is voor het concept tijd zelf.
data
/dah-tah//ˈdata/

Voorbeelden
Este documento es de antigua data.
Dit document is van een oude datum (het is erg oud).
Es un problema de larga data en nuestra sociedad.
Het is een langdurig probleem in onze samenleving.
Vrouwelijk Zelfstandig Naamwoord
Hoewel het lijkt op het Engelse woord 'data', is dit in het Spaans een vrouwelijk zelfstandig naamwoord, dus je gebruikt 'la' of 'una' ervoor.
De 'Informatie' Valstrik
Fout: “Het gebruik van 'la data' om computerinformatie te betekenen.”
Correctie: Gebruik 'los datos' (mannelijk meervoud) voor digitale of statistische informatie. 'Data' in het Spaans verwijst bijna altijd naar tijd of data.
Let op met 'año' en 'edad'
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.



