Inklingo

Hoe zeg je "leeftijd" in het Spaans

Het meest gebruikte Spaanse woord voorleeftijdis edadgebruik 'edad' om de leeftijd van personen of dingen aan te geven, vergelijkbaar met 'hoe oud ben je?'.

edad🔊A1

Gebruik 'edad' om de leeftijd van personen of dingen aan te geven, vergelijkbaar met 'hoe oud ben je?'.

Meer leren →
antigüedadB1

Gebruik 'antigüedad' om te verwijzen naar hoe oud iets is, vaak met betrekking tot objecten, gebouwen of geschiedenis, en niet zozeer naar de specifieke leeftijd van een levend wezen.

Meer leren →
data🔊B2

Gebruik 'data' in de context van 'een oude datum' om aan te geven dat iets erg oud is, vaak met betrekking tot documenten of historische bronnen.

Meer leren →
tiempo🔊A1

Gebruik 'tiempo' als je het over tijd in het algemeen hebt, niet specifiek over iemands leeftijd of de ouderdom van iets.

Meer leren →
añoA1

Gebruik 'año' uitsluitend om een periode van twaalf maanden aan te duiden, niet voor de leeftijd van personen of de ouderdom van objecten.

Meer leren →
Dutch → Spaans

edad

e-dadeˈðað

NounA1General
Gebruik 'edad' om de leeftijd van personen of dingen aan te geven, vergelijkbaar met 'hoe oud ben je?'.
Drie figuren die verschillende levensfasen voorstellen—een baby, een jongvolwassene en een oudere—lopen langs een eenvoudig pad, wat de tijdsovergang illustreert.

Voorbeelden

¿Qué edad tienes?

Hoe oud ben je?

Mi abuela tiene noventa años de edad.

Mijn grootmoeder is negentig jaar oud.

La edad mínima para votar es dieciocho años.

De minimumleeftijd om te stemmen is achttien.

Gebruik van 'Tener' voor Leeftijd

In het Spaans 'heb' je een leeftijd, je 'bent' niet een leeftijd. Gebruik altijd het werkwoord 'tener' (hebben), niet 'ser' of 'estar'. Bijvoorbeeld, 'Tengo 30 años' betekent 'Ik ben 30 jaar oud'.

Gebruik van 'Ser' in plaats van 'Tener'

Fout:Soy veinte años.

Correctie: Tengo veinte años. Onthoud dat je in het Spaans je jaren bezit!

antigüedad

nounB1General
Gebruik 'antigüedad' om te verwijzen naar hoe oud iets is, vaak met betrekking tot objecten, gebouwen of geschiedenis, en niet zozeer naar de specifieke leeftijd van een levend wezen.

Voorbeelden

No conocemos la antigüedad exacta de este edificio.

We weten de exacte leeftijd van dit gebouw niet.

data

dah-tahˈdata

nounB2Formal
Gebruik 'data' in de context van 'een oude datum' om aan te geven dat iets erg oud is, vaak met betrekking tot documenten of historische bronnen.
Een oude perkamentrol met een veerpen op een houten bureau.

Voorbeelden

Este documento es de antigua data.

Dit document is van een oude datum (het is erg oud).

Es un problema de larga data en nuestra sociedad.

Het is een langdurig probleem in onze samenleving.

Vrouwelijk Zelfstandig Naamwoord

Hoewel het lijkt op het Engelse woord 'data', is dit in het Spaans een vrouwelijk zelfstandig naamwoord, dus je gebruikt 'la' of 'una' ervoor.

De 'Informatie' Valstrik

Fout:Het gebruik van 'la data' om computerinformatie te betekenen.

Correctie: Gebruik 'los datos' (mannelijk meervoud) voor digitale of statistische informatie. 'Data' in het Spaans verwijst bijna altijd naar tijd of data.

tiempo

tyem-poˈtjempo

NounA1General
Gebruik 'tiempo' als je het over tijd in het algemeen hebt, niet specifiek over iemands leeftijd of de ouderdom van iets.
Een zon links en een maan rechts van een eenvoudig landschap, wat de voortgang van de tijd van dag naar nacht voorstelt.

Voorbeelden

No tengo mucho tiempo libre.

Ik heb niet veel vrije tijd.

¿Cuánto tiempo necesitas para terminar?

Hoeveel tijd heb je nodig om klaar te zijn?

El tiempo lo cura todo.

Tijd heelt alle wonden.

Niet-telbaar Zelfstandig Naamwoord

Wanneer je het over tijd in het algemeen hebt, heeft 'tiempo' meestal geen meervoudsvorm. Je zegt 'mucho tiempo' (veel tijd), niet 'muchos tiempos'.

'Tiempo' versus 'Vez' versus 'Hora'

Fout:Het gebruik van 'tiempo' om 'één keer' of 'uur' aan te duiden.

Correctie: Gebruik 'vez' voor instanties (una vez = één keer) en 'hora' voor de tijd op de klok (¿Qué hora es? = Hoe laat is het?). 'Tiempo' is voor het concept tijd zelf.

año

NounA1General
Gebruik 'año' uitsluitend om een periode van twaalf maanden aan te duiden, niet voor de leeftijd van personen of de ouderdom van objecten.

Voorbeelden

El año tiene doce meses.

Het jaar heeft twaalf maanden.

Meest gemaakte fout: 'Edad' vs. 'Antigüedad'

De meest voorkomende verwarring is tussen 'edad' en 'antigüedad'. Onthoud dat 'edad' bijna altijd verwijst naar de leeftijd van levende wezens (mensen, dieren) of specifiek naar 'hoe oud ben je?', terwijl 'antigüedad' meer gebruikt wordt voor de ouderdom van objecten, gebouwen of historische concepten.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.