tiempo
tyem-po
/ˈtjempo/
Net als de zon die over de hemel beweegt, kan 'tiempo' verwijzen naar het algemene idee van tijd die verstrijkt.
tiempo(Zelfstandig naamwoord)
tijd
?algemeen concept, duur
leeftijd
?referring to a period of life
,periode
?a period of time
📝 In Actie
No tengo mucho tiempo libre.
A1Ik heb niet veel vrije tijd.
¿Cuánto tiempo necesitas para terminar?
A2Hoeveel tijd heb je nodig om klaar te zijn?
El tiempo lo cura todo.
B1Tijd heelt alle wonden.
💡 Grammaticapunten
Niet-telbaar Zelfstandig Naamwoord
Wanneer je het over tijd in het algemeen hebt, heeft 'tiempo' meestal geen meervoudsvorm. Je zegt 'mucho tiempo' (veel tijd), niet 'muchos tiempos'.
❌ Veelgemaakte Fouten
'Tiempo' versus 'Vez' versus 'Hora'
Fout: “Het gebruik van 'tiempo' om 'één keer' of 'uur' aan te duiden.”
Correctie: Gebruik 'vez' voor instanties (una vez = één keer) en 'hora' voor de tijd op de klok (¿Qué hora es? = Hoe laat is het?). 'Tiempo' is voor het concept tijd zelf.
⭐ Gebruikstips
Vragen 'Hoe lang?'
Om te vragen hoe lang iets duurt of al gaande is, gebruik je de zin '¿Cuánto tiempo...?'. Bijvoorbeeld, '¿Cuánto tiempo llevas esperando?' (Hoe lang ben je al aan het wachten?).

'Tiempo' beschrijft ook de toestand van de hemel en de lucht om ons heen, wat wij het weer noemen.
📝 In Actie
¿Qué tiempo hace hoy?
A1Wat voor weer is het vandaag?
Hace buen tiempo para ir a la playa.
A1Het is mooi weer om naar het strand te gaan.
El pronóstico del tiempo dice que lloverá mañana.
A2De weersvoorspelling zegt dat het morgen gaat regenen.
💡 Grammaticapunten
Gebruik 'Hacer' voor Weer
Om het weer te beschrijven, gebruik je bijna altijd het werkwoord 'hacer' (doen/maken). Bijvoorbeeld, 'Hace sol' (Het is zonnig) of 'Hace frío' (Het is koud).
❌ Veelgemaakte Fouten
'Tiempo' versus 'Clima'
Fout: “Het gebruik van 'clima' voor het dagelijkse weer.”
Correctie: Gebruik 'tiempo' voor het weer op een specifieke dag ('el tiempo de hoy'). Gebruik 'clima' voor het typische weerpatroon van een regio over een lange periode ('el clima tropical').

We kunnen 'tiempo' (of vaak het meervoud 'tiempos') ook gebruiken om te praten over een specifieke periode of tijdperk in de geschiedenis.
tiempo(Zelfstandig naamwoord)
tijdperk
?historische periode
,periode
?een tijdsbestek
tijd
?e.g., the Stone Age
,seizoen
?a specific time of year for an activity
📝 In Actie
En tiempos de los romanos, la vida era muy diferente.
B1In de tijd van de Romeinen was het leven heel anders.
En mis tiempos de estudiante, leía mucho.
B1In mijn studietijd las ik veel.
Es tiempo de cosecha.
B2Het is oogsttijd.
⭐ Gebruikstips
Meervoud 'Tiempos'
Deze betekenis gebruikt vaak de meervoudsvorm 'tiempos' om naar een algemene periode te verwijzen, zoals in 'los buenos tiempos' (de goede oude tijd).

In de grammatica verwijst 'tiempo' naar wanneer een actie plaatsvindt: in het verleden, heden of de toekomst.
tiempo(Zelfstandig naamwoord)
tijd (grammatica)
?grammatica
helft
?in sports
,maat
?in music, tempo
📝 In Actie
Hoy vamos a estudiar los tiempos verbales del pasado.
B1Vandaag gaan we de verleden tijden van het werkwoord bestuderen.
El primer tiempo del partido terminó en empate.
B2De eerste helft van de wedstrijd eindigde in een gelijkspel.
El director marcó el tiempo con su batuta.
C1De dirigent gaf de maat aan met zijn baton.
⭐ Gebruikstips
Context is Cruciaal
Je zult deze betekenis bijna altijd in een specifieke context zien, zoals in een taalles ('tiempo verbal') of wanneer je over sport praat ('el segundo tiempo').
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: tiempo
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt 'tiempo' om over het weer te praten?
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
📚 Meer bronnen
Veelgestelde Vragen
Waarom betekent 'tiempo' zowel 'tijd' als 'weer'?
Het komt van het Latijnse woord 'tempus', dat beide betekenissen omvatte. Veel Romaanse talen, zoals Frans ('temps') en Portugees ('tempo'), hebben deze dubbele betekenis behouden. Denk aan het weer als 'de toestand van de dingen op dit moment'.
Wat is het verschil tussen 'tiempo', 'vez' en 'hora'?
Dit is een veelvoorkomend punt van verwarring! Gebruik 'tiempo' voor tijd als algemeen concept ('Ik heb meer tijd nodig'). Gebruik 'hora' voor de tijd op de klok ('Het is 3 uur'). Gebruik 'vez' voor een specifieke instantie of gelegenheid ('Ik ben er één keer geweest').
Hoe zeg je 'op tijd'?
De uitdrukking voor 'op tijd' is 'a tiempo'. Bijvoorbeeld, 'El tren llegó a tiempo' betekent 'De trein kwam op tijd aan'.