Hoe zeg je "tijd" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “tijd” is “tiempo” — gebruik 'tiempo' voor het algemene concept van tijd, de duur van iets, of wanneer je spreekt over vrije tijd. Dit is de meest algemene vertaling..
tiempo
/tyem-po//ˈtjempo/

Voorbeelden
No tengo mucho tiempo libre.
Ik heb niet veel vrije tijd.
¿Cuánto tiempo necesitas para terminar?
Hoeveel tijd heb je nodig om klaar te zijn?
El tiempo lo cura todo.
Tijd heelt alle wonden.
En tiempos de los romanos, la vida era muy diferente.
In de tijd van de Romeinen was het leven heel anders.
Niet-telbaar Zelfstandig Naamwoord
Wanneer je het over tijd in het algemeen hebt, heeft 'tiempo' meestal geen meervoudsvorm. Je zegt 'mucho tiempo' (veel tijd), niet 'muchos tiempos'.
'Tiempo' versus 'Vez' versus 'Hora'
Fout: “Het gebruik van 'tiempo' om 'één keer' of 'uur' aan te duiden.”
Correctie: Gebruik 'vez' voor instanties (una vez = één keer) en 'hora' voor de tijd op de klok (¿Qué hora es? = Hoe laat is het?). 'Tiempo' is voor het concept tijd zelf.
época
Voorbeelden
La época victoriana fue un periodo de gran cambio social.
Het Victoriaanse tijdperk was een periode van grote sociale verandering.
periodo
peh-ree-OH-doh/peˈɾjoðo/

Voorbeelden
El periodo de construcción duró tres meses.
De bouwperiode duurde drie maanden.
Necesitamos un periodo de prueba antes de decidir.
We hebben een proefperiode nodig voordat we beslissen.
Este es un periodo muy importante para la compañía.
Dit is een zeer belangrijke tijd voor het bedrijf.
Mannelijk Zelfstandig Naamwoord
Onthoud dat 'periodo' altijd een mannelijk zelfstandig naamwoord is, dus gebruik 'el' of 'un' ervoor: 'el periodo'. Dit is zo, hoewel veel woorden die eindigen op '-o' in het Spaans mannelijk zijn, net als in het Nederlands (bv. 'het duo').
marca
MAR-cah/ˈmaɾka/

Voorbeelden
El nadador rompió la marca nacional.
De zwemmer brak het nationale record.
Su mejor marca personal es de 10.5 segundos.
Zijn persoonlijke beste tijd is 10,5 seconden.
Werkwoordcombinatie
Om te praten over het vestigen of behalen van een record, gebruik je het werkwoord 'establecer' (vaststellen). Om een record te verbreken, gebruik je 'romper' (breken) of 'superar' (overtreffen).
Tijd vs. Periode
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.


