Hoe zeg je "seizoen" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “seizoen” is “estación” — gebruik 'estación' voor de vier seizoenen van het jaar (lente, zomer, herfst, winter). Dit is de meest directe vertaling voor het kalenderseizoen.
estación
Voorbeelden
La primavera es mi estación favorita.
De lente is mijn favoriete seizoen.
temporada
tem-po-RAH-dahtem.poˈɾa.ða

Voorbeelden
La nueva temporada de la serie empieza en otoño.
Het nieuwe seizoen van de serie begint in de herfst.
La próxima temporada de fútbol comienza en agosto.
Het volgende voetbalseizoen begint in augustus.
Esta es la última temporada de mi serie favorita.
Dit is het laatste seizoen van mijn favoriete serie.
Durante la temporada de lluvias, necesitamos paraguas.
Tijdens het regenseizoen hebben we paraplu's nodig.
Geslachtcontrole
Onthoud dat 'temporada' vrouwelijk is, dus je moet vrouwelijke woorden gebruiken, zoals 'la' (de) en 'esta' (deze).
Temporada versus Estación
Fout: “Het gebruik van 'temporada' voor de vier hoofd klimaatsseizoenen (lente, zomer, herfst, winter).”
Correctie: Gebruik 'estación' (la estación) voor klimaatsseizoenen. Reserveer 'temporada' voor specifieke activiteitsperiodes (tv, sport, zaken, vakanties).
época
Voorbeelden
Es la época de los exámenes finales.
Het is het seizoen van de eindexamens.
tiempo
tyem-poˈtjempo

Voorbeelden
En tiempos de guerra, la gente se une.
In tijden van oorlog komen mensen samen.
En tiempos de los romanos, la vida era muy diferente.
In de tijd van de Romeinen was het leven heel anders.
En mis tiempos de estudiante, leía mucho.
In mijn studietijd las ik veel.
Es tiempo de cosecha.
Het is oogsttijd.
Veelvoorkomende verwarring tussen 'estación' en 'temporada'
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

