Hoe zeg je "graden" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “graden” is “grados” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Hoy la temperatura subió a treinta grados Celsius.
Vandaag is de temperatuur gestegen tot dertig graden Celsius.
Necesitas girar el tornillo cuarenta y cinco grados.
Je moet de schroef vijfenveertig graden draaien.
El vino tiene trece grados de alcohol.
De wijn heeft dertien graden alcohol.
Gebruik van 'Hacer' voor het weer
Om te praten over hoe warm of koud het is, gebruikt het Spaans het werkwoord 'hacer' (doen/maken), niet 'ser' of 'estar'. Je zegt: 'Hace veinte grados' (Het is twintig graden).
Gebruik van 'Es' in plaats van 'Hace'
Fout: “Es veinte grados.”
Correctie: Hace veinte grados. Onthoud dat 'hacer' wordt gebruikt voor algemene weersomstandigheden.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.