Hoe zeg je "nam" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “nam” is “tomó” — gebruik 'tomó' wanneer het Nederlandse 'nam' verwijst naar het nemen van vervoer, zoals een bus of trein, of in de betekenis van iets fysiek aannemen of vastpakken..
tomó
toh-MOH/toˈmo/

Voorbeelden
Ella tomó mi mano y caminamos juntos.
Ze pakte mijn hand en we liepen samen.
Mi jefe tomó un avión a Madrid ayer.
Mijn baas nam gisteren een vliegtuig naar Madrid.
Él tomó una foto del paisaje.
Hij maakte een foto van het landschap.
De Afgeronde Handeling in het Verleden
Tomó beschrijft een handeling die volledig in het verleden begon en eindigde, als een momentopname. Het komt overeen met de onvoltooid verleden tijd in het Nederlands, 'pakte' of 'nam'.
Wie Voerde de Actie Uit?
Tomó wordt gebruikt als de handelende persoon 'él' (hij), 'ella' (zij), of 'usted' (u, beleefd) is. Dit is anders dan in het Nederlands, waar 'ik pakte' (ik) en 'hij pakte' (hij) verschillende vormen hebben.
cogió
koh-HEE-oh/koˈxjo/

Voorbeelden
Ella cogió el teléfono inmediatamente.
Ze greep onmiddellijk de telefoon.
El niño cogió un dulce de la mesa.
De jongen pakte een snoepje van tafel op.
Usted cogió mi paraguas por error, ¿verdad?
U nam per ongeluk mijn paraplu mee, toch?
Afgeronde Handeling in het Verleden
Deze vorm, 'cogió', is de onvoltooid verleden tijd (preteritum) en wordt gebruikt voor acties die op een specifiek moment in het verleden begonnen en eindigden, zoals 'Hij greep het gisteren vast.'
Onregelmatige 'Yo'-vorm
Het basiswerkwoord 'coger' is alleen onregelmatig in de 'yo'-vorm van de tegenwoordige tijd: 'yo cojo' (ik pak). Merk op dat de 'g' verandert in een 'j' om het geluid consistent te houden, net zoals in het Nederlands bij 'lopen' -> 'liep' (klankverandering), maar hier is het een spellingaanpassing.
Verwarring tussen 'tomar' en 'coger'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

