Hoe zeg je "pronken" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “pronken” is “presumir” — gebruik 'presumir' wanneer iemand op een positieve of neutrale manier praat over iets waar hij of zij trots op is, zoals een prestatie of bezit.
presumir
preh-soo-meerpɾesuˈmiɾ

Voorbeelden
A Juan le encanta presumir de su coche nuevo.
Juan pronkt graag met zijn nieuwe auto.
Ella siempre presume de sus buenas notas.
Ze schept altijd op over haar goede cijfers.
No es bueno presumir tanto delante de los demás.
Het is niet goed om zo op te scheppen tegenover anderen.
Gebruik 'de' voor hetgeen waar je mee pronkt
Als je wilt zeggen waar iemand mee pronkt, gebruik dan altijd het woord 'de' na het werkwoord. Voorbeeld: 'Presume de dinero' (Hij pronkt met zijn geld).
Het weglaten van 'de'
Fout: “Él presume su casa.”
Correctie: Él presume de su casa.
alardear
ah-lar-deh-ARalaɾðeˈaɾ

Voorbeelden
No es bueno alardear de cuánto dinero ganas.
Het is niet goed om op te scheppen over hoeveel geld je verdient.
Él siempre alardea de su coche nuevo ante sus amigos.
Hij pronkt altijd met zijn nieuwe auto tegenover zijn vrienden.
Ella alardeó de haber terminado el maratón en tres horas.
Ze schepte op dat ze de marathon in drie uur had uitgelopen.
Het verplichte 'de'
In het Spaans schep je niet zomaar iets op; je schept van iets op. Gebruik altijd het woord 'de' na 'alardear' om te verbinden met waar je over opschept.
Regelmatig -AR patroon
Dit werkwoord volgt het standaardpatroon voor werkwoorden die eindigen op -ar. Als je weet hoe je 'hablar' moet vervoegen, kun je 'alardear' ook vervoegen!
Gebruik van 'con' in plaats van 'de'
Fout: “Alardear con mi coche.”
Correctie: Alardear de mi coche.
Presumir vs. Alardear
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

