Hoe zeg je "sprong" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “sprong” is “salto” — gebruik 'salto' wanneer je een fysieke sprong bedoelt, zoals een sprong van vreugde, een sprong over een obstakel, of een sprong in de sport..
salto
/sahl-toh//ˈsalto/

Voorbeelden
Dio un salto de alegría al ver el regalo.
Ze maakte een sprong van vreugde toen ze het cadeau zag.
El atleta hizo un salto impresionante sobre la valla.
De atleet maakte een indrukwekkende verspringing over de horde.
De actie uitvoeren
Om te zeggen dat iemand de actie uitvoerde, gebruik je het werkwoord 'dar' (geven): 'dar un salto' (letterlijk: een sprong geven), in plaats van 'hacer un salto' (een sprong maken). Dit is anders dan in het Nederlands waar we 'een sprong maken' zeggen.
bote
BOH-tay/ˈbo.te/

Voorbeelden
El balón dio un bote muy alto y salió de la cancha.
De bal maakte een hele hoge stuiter en ging van het veld af.
No puedes dejar que el bote de la pelota muera.
Je mag niet laten dat de stuiter van de bal doodslaat.
Gerelateerd Werkwoord
Deze betekenis komt rechtstreeks van het werkwoord 'botar', wat 'stuiteren' of 'weggooien' betekent. In het Nederlands is 'stuiteren' het werkwoord.
Salto versus bote
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

