Hoe zeg je "terug" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “terug” is “atrás” — gebruik 'atrás' als je 'terug' in de zin van 'in het verleden' of 'naar achteren' bedoelt, vaak in combinatie met tijdsaanduidingen of plaats..
atrás
Voorbeelden
La tienda estaba tres calles atrás.
De winkel was drie straten terug.
regresado
/reh-greh-SAH-doh//re.ɣɾeˈsa.ðo/

Voorbeelden
El viajero regresado contó sus aventuras.
De teruggekeerde reiziger vertelde over zijn avonturen.
El paquete regresado fue puesto en la oficina de correos.
Het teruggebrachte pakket werd bij het postkantoor neergelegd.
La delegación regresada tenía muchas historias que contar.
De teruggekeerde delegatie (v.) had veel verhalen te vertellen.
Los soldados regresados recibieron un gran aplauso.
De teruggekeerde soldaten kregen een groot applaus.
Overeenkomst is Cruciaal
Wanneer 'regresado' als bijvoeglijk naamwoord fungeert, moet de uitgang overeenkomen met het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft. Als het zelfstandig naamwoord vrouwelijk is (la delegación), gebruik dan 'regresada'.
Verwarring tussen 'atrás' en 'regresado'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.
