Hoe zeg je "uitslag" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “uitslag” is “marcador” — gebruik 'marcador' als je het hebt over de score of het resultaat van een wedstrijd, spel of sportevenement..
marcador
/mahr-kah-DOHR//maɾkaˈðoɾ/

Voorbeelden
¡El marcador va 2-1 a favor de nuestro equipo!
De stand is 2-1 voor ons team!
Mira el marcador, ¡vamos ganando!
Kijk naar het scorebord, we staan voor!
El marcador final fue de dos a cero.
De einduitslag was twee-nul.
El estadio tiene un marcador electrónico gigante.
Het stadion heeft een gigantisch elektronisch scorebord.
Twee betekenissen, één woord
Het Spaans gebruikt 'marcador' zowel voor het daadwerkelijke bord waar je naar kijkt als voor de punten zelf. Het Nederlands gebruikt soms 'scorebord' vs. 'score'.
Score vs. Scorer
Fout: “Él es el marcador del equipo.”
Correctie: Él es el goleador (bij voetbal) of el que anotó. 'Marcador' is het bord of de telling, niet meestal de persoon die scoort.
erupción
Voorbeelden
La erupción del volcán causó pánico en la ciudad.
De uitbarsting van de vulkaan veroorzaakte paniek in de stad.
Uitslag van een wedstrijd vs. een uitbarsting
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.
