Hoe zeg je "verven" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “verven” is “pintar” — gebruik 'pintar' wanneer je een oppervlak zoals een muur, een huis, een meubel of een ander object een nieuwe kleur geeft..
Dutch → Spaans
pintar
peen-TAR/pinˈtaɾ/
werkwoordA1neutraal
Gebruik 'pintar' wanneer je een oppervlak zoals een muur, een huis, een meubel of een ander object een nieuwe kleur geeft.

Voorbeelden
Vamos a pintar la sala de amarillo.
We gaan de woonkamer geel verven.
Tenemos que pintar la cocina de azul.
We moeten de keuken blauw verven.
Mi padre pintó toda la casa el verano pasado.
Mijn vader heeft afgelopen zomer het hele huis geverfd.
Regelmatig AR-werkwoord
Pintar volgt het makkelijkste vervoegingspatroon in het Spaans. Haal simpelweg de -ar eraf en voeg de standaard uitgangen voor elke tijd toe.
teñir
werkwoordB1neutraal
Gebruik 'teñir' specifiek voor het veranderen van de kleur van textiel, haar of soms ook andere materialen zoals leer.
Voorbeelden
Ella quiere teñir su cabello de rojo.
Zij wil haar haar rood verven.
Verwarring tussen 'pintar' en 'teñir'
De meest gemaakte fout is het gebruik van 'pintar' voor het verven van textiel of haar. Onthoud dat 'pintar' voor objecten en oppervlakken is, terwijl 'teñir' specifiek voor materialen zoals stof en haar wordt gebruikt.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.
