Hoe zeg je "verwisselen" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “verwisselen” is “confundir” — gebruik 'confundir' als je bedoelt dat je twee personen of dingen met elkaar verward, bijvoorbeeld door gelijkenis of door onoplettendheid.
confundir
kohn-foon-DEERkoɱfunˈdiɾ

Voorbeelden
Siempre confundo a los gemelos.
Ik verwissel de tweeling altijd met elkaar.
Es fácil confundir el azúcar con la sal.
Het is makkelijk om suiker met zout te verwarren.
No me confundas con mi hermano mayor.
Verwissel mij niet met mijn oudere broer.
De 'Con'-verbinding
In het Nederlands zeg je 'iets verwarren met iets anders'. In het Spaans gebruik je 'con' (met). Zie het als 'het ene ding met het andere vermengen'.
De persoonlijke 'a'
Wanneer je een persoon met iemand anders verwart, moet je de 'persoonlijke a' vóór de naam van die persoon gebruiken, zoals in 'Confundo a Pedro con Juan'.
Gebruik van 'para' of 'por'
Fout: “Confundo el perro para un lobo.”
Correctie: Confundo el perro con un lobo. Spaans gebruikt altijd 'con' om aan te geven waarmee je het eerste ding verward.
mudar
moo-DAHRmuˈðar

Voorbeelden
Hay que mudar las sábanas una vez por semana.
Het beddengoed moet eens per week verwisseld worden.
La serpiente muda su piel cada pocos meses.
De slang vervelt zijn huid elke paar maanden.
Transitief Gebruik
In deze betekenis heeft 'mudar' een direct object (het ding dat veranderd wordt), zoals 'la piel' (de huid) of 'las sábanas' (het beddengoed).
Verwarring tussen verwarren en vervangen
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

