Hoe zeg je "virus" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “virus” is “virus” — gebruik 'virus' wanneer je specifiek de microscopische ziekteverwekker bedoelt, zoals bij verkoudheid of griep..
virus
BEE-roos/ˈbiɾus/

Voorbeelden
El resfriado común es causado por un virus.
De gewone verkoudheid wordt veroorzaakt door een virus.
Los médicos están buscando una vacuna contra el nuevo virus.
Artsen zoeken naar een vaccin tegen het nieuwe virus.
Este virus se propaga muy rápidamente en el aire.
Dit virus verspreidt zich heel snel door de lucht.
Geslachtsregel
Hoewel het eindigt op '-s', is 'virus' een mannelijk zelfstandig naamwoord in het Spaans. Gebruik altijd 'el virus' of 'un virus'. Dit is anders dan in het Nederlands, waar 'het virus' (onzijdig) de standaard is.
Verwarring over het geslacht
Fout: “La virus es peligrosa.”
Correctie: El virus es peligroso. (Vergeet niet dat het bijvoeglijk naamwoord moet overeenkomen met het mannelijke zelfstandig naamwoord, in tegenstelling tot het Nederlandse 'het virus'.)
bicho
/bee-cho//ˈbitʃo/

Voorbeelden
Creo que agarré un bicho en el avión y ahora tengo fiebre.
Ik denk dat ik een virusje heb opgelopen in het vliegtuig en nu heb ik koorts.
Tienen que limpiar bien para matar todos los bichos.
Ze moeten goed schoonmaken om alle ziektekiemen te doden.
Een Ziekte Oplopen
Wanneer men verwijst naar het oplopen van een ziekte, gebruikt Spaans vaak 'agarrar un bicho' (een beestje vastpakken) of 'coger un bicho' (een beestje vangen). In het Nederlands zeggen we meestal 'een virus oplopen' of 'ziek worden'.
Virus vs. Bicho
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

