Hoe zeg je "huisdier" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “huisdier” is “mascota” — gebruik 'mascota' als je het hebt over een dier dat als gezelschapsdier wordt gehouden en waarvoor gezorgd wordt..
mascota
/mas-KOH-tah//masˈko.ta/

Voorbeelden
Mi perro es mi mascota favorita.
Mijn hond is mijn favoriete huisdier.
¿Tienes una mascota en casa? ¿Un gato o un pájaro?
Heb je een huisdier thuis? Een kat of een vogel?
La veterinaria cuida bien de todas las mascotas del barrio.
De dierenarts zorgt goed voor alle huisdieren uit de buurt.
Geslachtcontrole
Hoewel het woord kan verwijzen naar een mannelijk of vrouwelijk dier (zoals een mannelijke hond of een vrouwelijke kat), is het woord 'mascota' zelf altijd vrouwelijk. Gebruik er dus altijd 'la' of 'una' mee, net als bij Nederlandse vrouwelijke zelfstandige naamwoorden.
Het verkeerde lidwoord gebruiken
Fout: “El mascota es muy lindo.”
Correctie: La mascota es muy linda. (Gebruik altijd het vrouwelijke lidwoord 'la', net als bij 'de'-woorden in het Nederlands die toevallig vrouwelijk zijn, hoewel Spaans hier strikter is.)
bicho
/bee-cho//ˈbitʃo/

Voorbeelden
¿Qué bicho es ese? Parece un perro gigante.
Wat is dat voor een dier? Het lijkt op een gigantische hond.
Nuestro gato es un bicho perezoso que solo duerme.
Onze kat is een luie rakker die alleen maar slaapt.
Verwarring tussen 'mascota' en 'bicho'
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

