Hoe zeg je "beestje" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “beestje” is “bicho” — gebruik 'bicho' voor een klein dier of insect, vooral als het iets onaangenaams is of als je het over een algemeen, ongedefinieerd klein wezentje hebt. Het wordt ook informeel gebruikt voor een virus of ziektekiem..
bicho
/bee-cho//ˈbitʃo/

Voorbeelden
Cuidado, hay un bicho en la pared.
Pas op, er zit een beestje op de muur.
Hay un bicho enorme en mi ensalada. ¡Qué asco!
Er zit een enorm beestje in mijn salade. Wat vies!
Los niños estaban buscando bichos debajo de las piedras.
De kinderen waren onder de stenen naar beestjes aan het zoeken.
Creo que agarré un bicho en el avión y ahora tengo fiebre.
Ik denk dat ik een virusje heb opgelopen in het vliegtuig en nu heb ik koorts.
Altijd Mannelijk
Zelfs als het dier vrouwelijk is, wordt 'bicho' altijd gebruikt met mannelijke lidwoorden (el bicho, un bicho). Dit is anders dan in het Nederlands waar we 'de' gebruiken voor de meeste zelfstandige naamwoorden.
Een Ziekte Oplopen
Wanneer men verwijst naar het oplopen van een ziekte, gebruikt Spaans vaak 'agarrar un bicho' (een beestje vastpakken) of 'coger un bicho' (een beestje vangen). In het Nederlands zeggen we meestal 'een virus oplopen' of 'ziek worden'.
Verwarring over Geslacht
Fout: “La bicha (tenzij het verwijst naar regionaal slang voor een vrouwelijk persoon)”
Correctie: Gebruik 'el bicho' voor insecten/dieren; de vrouwelijke vorm 'bicha' wordt in deze context zelden gebruikt.
bicho
/bee-cho//ˈbitʃo/

Voorbeelden
Me siento mal, creo que pillé un bicho.
Ik voel me niet lekker, ik denk dat ik een virusje heb opgelopen.
Hay un bicho enorme en mi ensalada. ¡Qué asco!
Er zit een enorm beestje in mijn salade. Wat vies!
Los niños estaban buscando bichos debajo de las piedras.
De kinderen waren onder de stenen naar beestjes aan het zoeken.
Creo que agarré un bicho en el avión y ahora tengo fiebre.
Ik denk dat ik een virusje heb opgelopen in het vliegtuig en nu heb ik koorts.
Altijd Mannelijk
Zelfs als het dier vrouwelijk is, wordt 'bicho' altijd gebruikt met mannelijke lidwoorden (el bicho, un bicho). Dit is anders dan in het Nederlands waar we 'de' gebruiken voor de meeste zelfstandige naamwoorden.
Een Ziekte Oplopen
Wanneer men verwijst naar het oplopen van een ziekte, gebruikt Spaans vaak 'agarrar un bicho' (een beestje vastpakken) of 'coger un bicho' (een beestje vangen). In het Nederlands zeggen we meestal 'een virus oplopen' of 'ziek worden'.
Verwarring over Geslacht
Fout: “La bicha (tenzij het verwijst naar regionaal slang voor een vrouwelijk persoon)”
Correctie: Gebruik 'el bicho' voor insecten/dieren; de vrouwelijke vorm 'bicha' wordt in deze context zelden gebruikt.
insecto
/een-SEK-toh//inˈsekto/

Voorbeelden
La mariposa es un insecto con alas coloridas.
De vlinder is een insect met kleurrijke vleugels.
La abeja es un insecto muy trabajador.
De bij is een zeer ijverig insect.
Hay muchos insectos en el jardín durante el verano.
Er zijn veel beestjes in de tuin tijdens de zomer.
¡Quita ese insecto de mi mesa!
Haal dat beestje van mijn tafel!
Mannelijk Zelfstandig Naamwoord
Dit woord is mannelijk, dus je gebruikt altijd 'el' of 'un' ervoor (el insecto, un insecto), zelfs als je het over een vrouwtje hebt!
Insecten versus Spinnen
Fout: “Een spin 'un insecto' noemen bij een biologietoets.”
Correctie: Hoewel mensen vaak elk klein kruipend ding 'insecto' of 'bicho' noemen, zijn spinnen technisch gezien spinachtigen (arachniden). Gebruik 'insecto' strikt voor wezens met zes poten als je precies wilt zijn.
Bicho vs. Insecto
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

