Hoe zeg je "dier" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “dier” is “animal” — gebruik 'animal' als de algemene en neutrale term voor elk levend wezen dat geen mens is, zoals huisdieren, boerderijdieren of wilde dieren..
animal
/a-ni-'mal//a.niˈmal/

Voorbeelden
El perro es un animal doméstico muy leal.
De hond is een zeer loyaal huisdier.
Estudiamos la vida de los animales en el bosque.
We bestudeerden het leven van de dieren in het bos.
Según la biología, todos somos animales.
Volgens de biologie zijn we allemaal dieren.
Vast Geslacht
Hoewel een wezen vrouwelijk kan zijn, blijft het zelfstandig naamwoord animal altijd mannelijk (un animal). In het Nederlands is 'dier' onzijdig (het dier), maar de Spaanse vorm blijft mannelijk.
Het verkeerde lidwoord gebruiken
Fout: “La animal es peligrosa.”
Correctie: El animal es peligroso. (Onthoud dat je 'el' moet gebruiken omdat 'animal' een mannelijk woord is in het Spaans, in tegenstelling tot het Nederlandse 'het'.)
bicho
/bee-cho//ˈbitʃo/

Voorbeelden
¿Qué bicho es ese? Parece un perro gigante.
Wat is dat voor een dier? Het lijkt op een gigantische hond.
Nuestro gato es un bicho perezoso que solo duerme.
Onze kat is een luie rakker die alleen maar slaapt.
Animal vs. Bicho
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

