Hoe zeg je "vlees" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “vlees” is “carne” — gebruik 'carne' als je het hebt over het vlees van een dier dat als voedsel dient, of over het vlees/weefsel van een mens of dier in een anatomische of medische context.
carne
KAR-nehˈkaɾne

Voorbeelden
No como carne, soy vegetariano.
Ik eet geen vlees, ik ben vegetariër.
Voy a comprar un kilo de carne molida para las hamburguesas.
Ik ga een kilo rundergehakt kopen voor de hamburgers.
Este restaurante es famoso por sus carnes a la parrilla.
Dit restaurant staat bekend om zijn gegrild vlees.
El médico dijo que la herida solo afectó la carne, no el hueso.
De dokter zei dat de wond alleen het vlees raakte, niet het bot.
Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord
Hoewel het niet op '-a' eindigt, is 'carne' een vrouwelijk woord. Dit betekent dat je altijd 'la carne' (het vlees) of 'una carne muy tierna' (een heel mals stuk vlees) zegt. Dit is anders dan in het Nederlands, waar we 'het vlees' zeggen.
Algemeen 'vlees' versus specifiek 'rundvlees'
Fout: “Het gebruik van 'carne' wanneer je specifiek 'rundvlees' wilt zeggen.”
Correctie: 'Carne' is het algemene woord voor al het vlees. Hoewel sommige mensen 'carne' standaard als rundvlees kunnen interpreteren, is het altijd duidelijker om 'carne de res' te zeggen voor rundvlees.
músculo
Voorbeelden
Me duele el músculo del brazo después de ir al gimnasio.
Mijn armspier doet pijn na het sporten.
Carne vs. Músculo
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.
