camina
kah-MEE-nah
/kaˈmina/
Snelle Referentie
📝 In Actie
Ella camina muy rápido a la oficina.
A1Zij loopt erg snel naar kantoor.
¿Usted camina al trabajo todos los días?
A1Loopt u elke dag naar het werk?
¡Camina! No tenemos tiempo para esperar.
A2Loop! We hebben geen tijd om te wachten. (Informeel bevel)
💡 Grammaticapunten
Dubbele Rol van 'Camina'
'Camina' wordt gebruikt als je het hebt over 'hij,' 'zij,' of het formele 'u' (usted). Het is ook het vriendelijke, informele bevel voor 'jij' (tú): ¡Camina! (Loop!)
Regelmatig AR Werkwoord Patroon
Aangezien 'caminar' een regelmatig werkwoord is dat eindigt op -ar, volgt het het meest voorkomende patroon. Zodra je dit patroon kent, ken je honderden andere werkwoorden zoals 'hablar' en 'estudiar'.
❌ Veelgemaakte Fouten
Verwarring tussen 'Tú' en 'Usted' Bevelen
Fout: “Het gebruik van 'Camina' bij het geven van een formeel bevel aan een oudere of baas.”
Correctie: Gebruik de speciale gebiedende wijs 'camine' voor formele situaties. 'Camina' is alleen voor vrienden en familie.
⭐ Gebruikstips
Continue Actie
Om te zeggen dat iemand 'nu aan het lopen is', combineer je 'estar' (zijn) met 'caminando': 'Él está caminando' (Hij is aan het lopen).
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: camina
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt 'camina' als een bevel?
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
📚 Meer bronnen
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'camina' en 'anda'?
Beide betekenen 'loopt' of 'is aan het lopen'. 'Camina' (van caminar) betekent specifiek lopen op de voeten. 'Anda' (van andar) wordt vaak breder gebruikt om 'bewegen', 'functioneren' of 'iets aan het doen zijn' te betekenen, hoewel het ook 'lopen' kan betekenen. In de meeste contexten zijn ze uitwisselbaar voor eenvoudig lopen.
Hoe weet ik of 'camina' 'hij loopt' betekent of 'loop!'?
U kunt dit meestal afleiden uit de context en interpunctie. Als er uitroeptekens bij staan of als het klinkt als een bevel, is het het bevel ('Loop!'). Als het deel uitmaakt van een zin over een derde persoon (hij, zij, of formeel u), is het de tegenwoordige tijd ('Hij loopt').