temas
“temas” betekent “onderwerpen” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
onderwerpen, thema's
Ook: kwesties, onderwerpen
📝 In Actie
Necesitamos discutir los temas más importantes de la agenda.
A2We moeten de belangrijkste onderwerpen op de agenda bespreken.
El libro aborda temas complejos como la migración y la identidad.
B1Het boek behandelt complexe thema's zoals migratie en identiteit.
Hay muchos temas que me interesan en esa conferencia.
A1Er zijn veel onderwerpen die me interesseren op die conferentie.
(jij) vreest, (dat jij) vreest
Ook: vrees niet
📝 In Actie
Si no hay peligro, ¿por qué temas tanto?
B1Als er geen gevaar is, waarom vrees je dan zo?
Dudo que temas la verdad, pero sé valiente.
B2Ik betwijfel dat jij de waarheid vreest, maar wees moedig.
¡No temas el futuro! Es incierto para todos.
B1Vrees de toekomst niet! Die is voor iedereen onzeker.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: temas
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt 'temas' als een werkwoord dat 'vrezen' betekent?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Het zelfstandig naamwoord 'temas' komt van het Griekse *thema*, wat 'dat wat neergelegd is' of 'onderwerp' betekent. De werkwoordsvorm 'temas' komt van het Latijnse werkwoord *timēre*, wat 'bang zijn' betekent. Ze klinken hetzelfde, maar hebben totaal verschillende oude wortels!
Eerste vermelding: Both roots are ancient, entering Spanish through Latin (verb) and Greek/Latin (noun) during the medieval period.
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
¿Waarom eindigt 'tema' (enkelvoud) op -a maar is het mannelijk?
Dit komt doordat 'tema' rechtstreeks afkomstig is van Griekse woorden die eindigen op -ma, die het Spaans meestal als mannelijk behandelt. Andere veelvoorkomende voorbeelden zijn 'el problema' en 'el sistema'.
Hoe kan ik in een zin zien of 'temas' een zelfstandig naamwoord of een werkwoord is?
Als 'temas' voorafgegaan wordt door een lidwoord (zoals 'los') of een bijvoeglijk naamwoord, is het het zelfstandig naamwoord (onderwerpen). Als het volgt op een onderwerpvoornaamwoord (zoals 'tú' of impliciet 'tú') en gevolgd wordt door een object, is het het werkwoord 'temer' (jij vreest).

