viví
“viví” betekent “Ik woonde” in het Spaans (verblijven op een plaats).
Ik woonde
Ook: Ik ervoer, Ik bracht tijd door
📝 In Actie
Viví en México durante tres años.
A1Ik woonde drie jaar in Mexico.
Ese día viví un momento inolvidable.
A2Die dag ervoer ik een onvergetelijk moment.
Viví feliz en esa casa.
A1Ik woonde gelukkig in dat huis.
🔄 Vervoegingen
subjunctive
imperfect
present
indicative
preterite
imperfect
present
Vertaal naar het Spaans
Woorden die vertaald worden als "viví" in het Spaans:
ik woonde→✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: viví
Vraag 1 van 1
Hoe zeg je 'Ik woonde in Parijs' met 'viví'?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Van het Latijnse 'vivere', wat 'in leven zijn' of 'verblijven' betekent.
Eerste vermelding: 10th century (as part of the verb vivir)
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Is 'viví' hetzelfde als 'vivía'?
Niet helemaal! Gebruik 'viví' voor een afgesloten periode (zoals 'Ik woonde daar één jaar'). Gebruik 'vivía' voor beschrijvingen of dingen die aan de gang waren (zoals 'Ik woonde daar vroeger toen ik kind was', vergelijkbaar met het Nederlandse 'ik woonde' in de onvoltooid verleden tijd).