Inklingo

vivido

ervaren?verwijzend naar een persoon,werelds?veel van het leven gezien hebbend
Ook:intens?referring to an event or feeling,levenslustig?descriptive, energetic

vee-VEE-doh

/biˈβi.ðo/
neutral
Een close-up illustratie van een vriendelijk, ouder persoon met een serene uitdrukking, die een stevige houten wandelstok vasthoudt. Ze zien er wijs en kalm uit.

Wanneer verwezen naar een persoon, betekent vivido ervaren.

vivido(Bijvoeglijk naamwoord)

mB1

ervaren

?

verwijzend naar een persoon

,

werelds

?

veel van het leven gezien hebbend

Ook:

intens

?

referring to an event or feeling

,

levenslustig

?

descriptive, energetic

📝 In Actie

Mi abuela es una mujer muy vivida y tiene consejos para todo.

B1

Mijn oma is een zeer werelds ingestelde vrouw en heeft voor alles advies.

Se nota que ha sido un viaje vivido, ¡mira esas fotos!

B2

Je ziet dat het een intense reis was; kijk naar die foto's!

Woordverbindingen

Synoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • persona vividaervaren persoon
  • mirada vividawereldse blik

💡 Grammaticapunten

Verbuigingen

Net als de meeste Spaanse bijvoeglijke naamwoorden, moet 'vivido' overeenkomen met het geslacht en getal van de persoon of het ding waarnaar het verwijst: 'un hombre vivido' (ervaren man) maar 'unas personas vividas' (ervaren mensen). Dit is vergelijkbaar met hoe we in het Nederlands mannelijke/vrouwelijke vormen of meervouden aanpassen, hoewel de Spaanse regels strikter zijn voor bijvoeglijke naamwoorden.

⭐ Gebruikstips

Meer dan alleen 'oud'

Het gebruik van 'vivido' impliceert wijsheid verkregen door ervaring en suggereert dat de persoon het leven echt ten volle geleefd heeft, niet alleen dat ze oud zijn.

Een kleurrijke illustratie die een lang, kronkelend zandpad toont dat door diverse omgevingen leidt: een grasveld, een rivier en verre bergen, wat de levensreis symboliseert.

Als voltooid deelwoord vertaalt vivido zich naar geleefd, vaak verwijzend naar het ervaren van het leven.

vivido(Past Participle)

A1

geleefd

?

als onderdeel van een werkwoordsvorm

Ook:

ervaren

?

referring to an event

📝 In Actie

Nunca he vivido en una ciudad tan grande.

A1

Ik heb nog nooit in zo'n grote stad gewoond.

¿Ya habías vivido esto antes?

A2

Had je dit al eerder meegemaakt?

Woordverbindingen

Veelvoorkomende Collocaties

  • haber vividogeleefd hebben
  • ser bien vividogoed geleefd zijn (een leven)

💡 Grammaticapunten

Hulp bij Voltooid Tijd

'Vivido' is de speciale vorm van 'vivir' die samenwerkt met het werkwoord 'haber' (hebben) om voltooide acties in het verleden te beschrijven: 'Hemos vivido' (Wij hebben geleefd). Dit is vergelijkbaar met de Nederlandse voltooid tegenwoordige tijd (heb/ben + voltooid deelwoord).

❌ Veelgemaakte Fouten

Gebruik geen 'tener'

Fout:Het gebruik van 'tener' in plaats van 'haber' om voltooide tijden te vormen: 'Tengo vivido...'

Correctie: Gebruik altijd een vorm van 'haber' (he, has, ha, hemos, han) vóór 'vivido' als je over voltooide acties spreekt: 'He vivido...'. In het Nederlands gebruiken we 'hebben' of 'zijn', maar in het Spaans is 'haber' de vaste hulpvorm voor dit soort tijden.

⭐ Gebruikstips

Regulier Deelwoord

'Vivido' is een regelmatig voltooid deelwoord, wat betekent dat het eenvoudigweg het patroon van '-ido' voor 'er' en 'ir' werkwoorden volgt. Dit maakt het makkelijk te onthouden!

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: vivido

Vraag 1 van 1

Welke zin gebruikt 'vivido' correct als een bijvoeglijk naamwoord dat het karakter beschrijft?

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

📚 Meer bronnen

Veelgestelde Vragen

Wanneer gebruik ik 'vivido' (deelwoord) versus 'vivo' (bijvoeglijk naamwoord)?

'Vivido' is de vorm van het werkwoord 'leven' die wordt gebruikt in voltooide tijden ('He vivido aquí' - Ik heb hier gewoond). 'Vivo' is het bijvoeglijk naamwoord dat 'levend' of 'levendig' betekent ('El perro está vivo' - De hond leeft). 'Vivido' kan ook een bijvoeglijk naamwoord zijn dat 'ervaren' betekent (Def. 1).