Inklingo

Hoe zeg je "boom" in het Spaans

Dutch → Spaans

árbol

zelfstandig naamwoordA1neutraal
Gebruik 'árbol' als je letterlijk een grote, houtachtige plant bedoelt, zoals in een bos of park.

Voorbeelden

El parque está lleno de árboles viejos y grandes.

Het park staat vol met oude en grote bomen.

boom

/boom/ (like the English word)/bum/

zelfstandig naamwoordB2neutraal
Gebruik 'boom' voor een snelle, opmerkelijke economische of culturele groei of bloeiperiode.
Een hoge stapel gouden munten die snel groeit naast een klein, felgekleurd fabrieksgebouw, wat snelle economische groei symboliseert.

Voorbeelden

El país experimentó un boom inmobiliario en los años 90.

Het land kende een vastgoedboom in de jaren '90.

Estamos viviendo el boom de la música urbana a nivel mundial.

We maken momenteel de boom van stedelijke muziek wereldwijd mee.

El boom demográfico puso presión en los servicios públicos.

De demografische golf zette de openbare diensten onder druk.

Geslachtsregel

Hoewel 'boom' uit het Engels komt, wordt het in het Spaans altijd als mannelijk behandeld: 'el boom'. Vergeet niet mannelijke lidwoorden en bijvoeglijke naamwoorden te gebruiken.

Het verkeerde lidwoord gebruiken

Fout:La boom

Correctie: El boom. Gebruik altijd 'el' voor dit woord, aangezien het een mannelijk zelfstandig naamwoord is.

explosión

zelfstandig naamwoordC1neutraal
Gebruik 'explosión' als je een plotselinge, hevige uitbarsting van emoties, geluid of activiteit bedoelt.

Voorbeelden

El anuncio causó una explosión de alegría entre los aficionados.

De aankondiging veroorzaakte een vreugde-uitbarsting onder de fans.

Boom versus árbol

De meest gemaakte fout is het verwarren van de plant 'árbol' met de economische term 'boom'. Onthoud dat 'boom' (zonder accent) specifiek verwijst naar een periode van snelle groei of bloei, terwijl 'árbol' altijd een letterlijke boom is.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.