Inklingo

Hoe zeg je "struikgewas" in het Spaans

Dutch → Spaans

arbusto

/ar-BOOS-toh//aɾˈβusto/

zelfstandig naamwoordA2neutraal
Gebruik 'arbusto' voor een enkele, geïsoleerde struik of een kleine groep struiken, vaak met de nadruk op de plant zelf.
Een weelderige, groene, ronde struik die in een tuin groeit met kleine bladeren en een houten basis.

Voorbeelden

Hay un arbusto con flores rojas frente a la casa.

Er staat een struik met rode bloemen voor het huis.

Necesitamos podar los arbustos del jardín este fin de semana.

We moeten dit weekend de struiken in de tuin snoeien.

El conejo se escondió rápidamente detrás de un arbusto espeso.

Het konijn verstopte zich snel achter een dichte struik.

Het is een 'jongenswoord'

Ook al eindigt het op 'o', het is handig om te onthouden dat het mannelijk is. Gebruik er altijd 'el' of 'un' bij.

Meervoud maken

Omdat het op een klinker eindigt, voeg je gewoon een 's' toe om over meer dan één te praten: 'los arbustos'.

Verwarring met 'arboleda'

Fout:Me gusta esta arbusto.

Correctie: Me gusta este arbusto. Onthoud dat bijvoeglijke naamwoorden zoals 'este' moeten overeenkomen met het mannelijke geslacht van het woord.

mato

MAH-toh/ˈma.to/

zelfstandig naamwoordB1neutraal
Gebruik 'mato' voor een dichtere, meer ondoordringbare begroeiing van struiken en kreupelhout, vaak in een wildere, natuurlijke omgeving.
Een enkele, dichte, ronde, donkergroene bladstruik die alleen in een eenvoudig zonnig grasveld staat.

Voorbeelden

El perro se escondió entre el mato para evitar la lluvia.

De hond verstopte zich tussen het struikgewas om de regen te ontwijken.

Hay que podar ese mato, está tapando la ventana.

We moeten die struik snoeien; hij blokkeert het raam.

Geslachtcontrole

Hoewel het eindigt op 'o', onthoud dat 'mato' altijd mannelijk is, dus gebruik 'el mato' of 'un mato'. Dit is anders dan in het Nederlands, waar 'de struik' vrouwelijk is en 'het bosje' onzijdig.

Het verkeerde woord voor een boom gebruiken

Fout:Een grote boom 'un mato' noemen.

Correctie: 'Mato' verwijst naar een kleine, lage plant. Gebruik 'árbol' voor een grote boom.

monte

/món-te//ˈmonte/

zelfstandig naamwoordB1neutraal
Gebruik 'monte' specifiek voor een gebied dat bedekt is met lage struiken en kreupelhout, vaak als onderdeel van een groter, ruig terrein of boslandschap.
Een levendige illustratie die een dicht bebost gebied toont met veel hoge bomen en dikke groene bladeren.

Voorbeelden

Nos perdimos un poco al entrar en el monte.

We raakten een beetje verdwaald toen we het bos ingingen.

Hay que tener cuidado con los incendios en el monte seco.

We moeten oppassen met branden in het droge struikgewas.

El perro se escapó y se metió en el monte.

De hond ontsnapte en ging het kreupelhout in.

Geslacht Herinnering

Hoewel 'monte' eindigt op '-e', is het een mannelijk zelfstandig naamwoord, dus je gebruikt 'el monte' of 'un monte'. Dit is anders dan in het Nederlands, waar veel woorden die op '-e' eindigen onzijdig zijn (het bos).

Verwarring tussen 'Monte' en 'Bosque'

Fout:Het gebruik van 'bosque' wanneer men verwijst naar lage, wilde struiken of kreupelhout.

Correctie: 'Monte' wordt vaak gebruikt voor wilder, minder beheerd terrein, terwijl 'bosque' duidt op een hoger, meer gevestigd bos.

Verwarring tussen 'mato' en 'monte'

De meeste leerders verwarren 'mato' en 'monte'. Onthoud dat 'mato' meer verwijst naar de dichte begroeiing zelf, terwijl 'monte' een groter gebied aanduidt dat hierdoor bedekt is.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.