Inklingo

Hoe zeg je "bedrog" in het Spaans

Dutch → Spaans

fraude

/FROW-deh//ˈfɾau̯.ðe/

substantivoB1neutraal
Gebruik 'fraude' voor bedrog in een formele of juridische context, zoals financiële fraude, belastingfraude of verkiezingsfraude.
Een hand verwisselt stiekem een stapel echte gouden munten met een stapel doffe, valse grijze stenen die als munten zijn vermomd, wat illegale misleiding illustreert.

Voorbeelden

La policía investiga un presunto fraude electoral.

De politie onderzoekt vermeende verkiezingsfraude.

El contador cometió fraude fiscal y ahora está en la cárcel.

De accountant pleegde belastingfraude en zit nu in de gevangenis.

Recibimos una alerta sobre un posible fraude con tarjetas de crédito.

We ontvingen een melding over mogelijke creditcardfraude.

Geslacht Controle

'Fraude' is een mannelijk/onzijdig zelfstandig naamwoord in het Spaans, ook al eindigt het op '-e'. In het Nederlands is het 'de fraude' (mannelijk) of 'de fraude' (vrouwelijk), maar let op: in het Spaans is het altijd mannelijk: 'el fraude'.

Het verkeerde lidwoord gebruiken

Fout:La fraude es un delito.

Correctie: El fraude es un delito. (Let op: 'Fraude' is mannelijk in het Spaans, dus het vereist 'el', in tegenstelling tot het Nederlandse 'de fraude'.)

trampa

/tram-pa//ˈtɾampa/

substantivoB1informal
Gebruik 'trampa' als het bedrog neerkomt op valsspelen, een list of een manier om iemand te misleiden om er zelf beter van te worden, vaak in een informelere setting.
Twee kinderen spelen een bordspel. Eén kind verbergt stiekem een dobbelsteen in zijn hand onder de tafel terwijl hij ondeugend rondkijkt.

Voorbeelden

Hacer trampa en el examen es inaceptable.

Valsspelen bij het examen is onaanvaardbaar.

¡Me hiciste trampa! El juego no funciona así.

Je hebt me te slim af geweest! Het spel werkt niet zo.

La oferta era una trampa para que firmáramos el contrato.

Het aanbod was een streek (een list) om ons het contract te laten tekenen.

Het gebruik van het werkwoord 'Hacer'

Om de handeling 'valsspelen' in het Spaans uit te drukken, gebruiken we meestal het werkwoord 'hacer' (maken/doen): 'hacer trampa'. Je gebruikt bijna nooit het werkwoord 'cheatear'.

Verwarring tussen het zelfstandig naamwoord en het werkwoord

Fout:Yo trampo.

Correctie: Yo hago trampa. ('Trampa' is het zelfstandig naamwoord, 'hacer' is het werkwoord dat nodig is voor de handeling.)

falsa

/fal-sa//ˈfalsa/

substantivoC1neutraal
Gebruik 'falsa' wanneer het bedrog specifiek verwijst naar een leugen, een onwaarheid of een valse voorstelling van zaken die iemand creëert.
Een klein personage houdt een hand voor de mond terwijl hij tegen een ander personage praat, wat symboliseert dat hij een onwaarheid vertelt.

Voorbeelden

Su vida estaba construida sobre una falsa.

Haar leven was gebouwd op een onwaarheid.

Gebruik als Zelfstandig Naamwoord

Wanneer 'falsa' als zelfstandig naamwoord wordt gebruikt, verwijst het meestal naar het abstracte concept van onwaarheid, in plaats van een specifieke uitgesproken leugen (waarvoor je 'mentira' zou gebruiken).

Verwarring tussen 'fraude' en 'trampa'

Veel leerders verwarren 'fraude' en 'trampa'. Onthoud dat 'fraude' vaak verwijst naar grootschaliger, formeel of financieel bedrog, terwijl 'trampa' meer duidt op valsspelen of een persoonlijke list. Een 'falsa' is specifiek een leugen of onwaarheid.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.