Hoe zeg je "fraude" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “fraude” is “fraude” — gebruik dit woord voor illegale misleiding met als doel financieel gewin, vaak in een juridische of officiële context, zoals verkiezingsfraude..
fraude
/FROW-deh//ˈfɾau̯.ðe/

Voorbeelden
La policía investiga un presunto fraude electoral.
De politie onderzoekt vermeende verkiezingsfraude.
El contador cometió fraude fiscal y ahora está en la cárcel.
De accountant pleegde belastingfraude en zit nu in de gevangenis.
Recibimos una alerta sobre un posible fraude con tarjetas de crédito.
We ontvingen een melding over mogelijke creditcardfraude.
Geslacht Controle
'Fraude' is een mannelijk/onzijdig zelfstandig naamwoord in het Spaans, ook al eindigt het op '-e'. In het Nederlands is het 'de fraude' (mannelijk) of 'de fraude' (vrouwelijk), maar let op: in het Spaans is het altijd mannelijk: 'el fraude'.
Het verkeerde lidwoord gebruiken
Fout: “La fraude es un delito.”
Correctie: El fraude es un delito. (Let op: 'Fraude' is mannelijk in het Spaans, dus het vereist 'el', in tegenstelling tot het Nederlandse 'de fraude'.)
estafa
/es-TAH-fah//esˈta.fa/

Voorbeelden
La policía está investigando una estafa por internet que afectó a muchos ancianos.
De politie onderzoekt een internetoplichting die veel ouderen heeft getroffen.
Fui víctima de una estafa telefónica y perdí cien euros.
Ik was het slachtoffer van een telefonische oplichting en verloor honderd euro.
El banco advierte a sus clientes sobre posibles estafas con tarjetas de crédito.
De bank waarschuwt haar klanten voor mogelijke creditcardfraude.
Geslacht Herinnering
Hoewel 'estafa' eindigt op 'a', vergeet niet dat het een vrouwelijk zelfstandig naamwoord is, dus je moet 'la estafa' of 'una estafa' gebruiken. Dit is anders dan in het Nederlands, waar de meeste zelfstandige naamwoorden die op een 'a' eindigen (zoals 'de sofa') mannelijk of onzijdig zijn.
Het Zelfstandig Naamwoord en de Persoon Verwarren
Fout: “Gebruik 'la estafa' om te verwijzen naar de persoon die de misdaad pleegt.”
Correctie: De misdaad is 'la estafa' (de oplichting/fraude). De persoon die de misdaad pleegt, is 'el/la estafador/a' (de oplichter).
engaño
/en-GAH-nyo//eŋˈɡa.ɲo/

Voorbeelden
Todo el plan fue un engaño para robar la información.
Het hele plan was een truc om de informatie te stelen.
Ella descubrió el engaño y rompió la relación.
Zij ontdekte de misleiding en beëindigde de relatie.
Lamentablemente, caímos en su engaño.
Helaas trapten we in zijn truc.
Geslachtsbepaling
Als een mannelijk zelfstandig naamwoord gebruikt 'engaño' altijd de mannelijke lidwoorden: 'el engaño' (de misleiding) of 'un engaño' (een misleiding). In het Nederlands is dit vergelijkbaar met het gebruik van 'de' (de truc).
Verwarring tussen het Zelfstandig Naamwoord en het Werkwoord
Fout: “Het gebruik van 'engaño' waar het werkwoord 'engañar' (misleiden) nodig is.”
Correctie: Onthoud dat 'engaño' de daad of het resultaat is, en 'engañar' de actie zelf. Voorbeeld: 'Él me engañó' (Hij heeft mij bedrogen/voor de gek gehouden).
trampa
/tram-pa//ˈtɾampa/

Voorbeelden
Hacer trampa en el examen es inaceptable.
Valsspelen bij het examen is onaanvaardbaar.
¡Me hiciste trampa! El juego no funciona así.
Je hebt me te slim af geweest! Het spel werkt niet zo.
La oferta era una trampa para que firmáramos el contrato.
Het aanbod was een streek (een list) om ons het contract te laten tekenen.
Het gebruik van het werkwoord 'Hacer'
Om de handeling 'valsspelen' in het Spaans uit te drukken, gebruiken we meestal het werkwoord 'hacer' (maken/doen): 'hacer trampa'. Je gebruikt bijna nooit het werkwoord 'cheatear'.
Verwarring tussen het zelfstandig naamwoord en het werkwoord
Fout: “Yo trampo.”
Correctie: Yo hago trampa. ('Trampa' is het zelfstandig naamwoord, 'hacer' is het werkwoord dat nodig is voor de handeling.)
Fraude, estafa, engaño of trampa?
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.



