Inklingo

Hoe zeg je "dagboek" in het Spaans

Dutch → Spaans

agenda

ah-HEN-dah/aˈxenda/

zelfstandig naamwoordA1neutraal
Gebruik 'agenda' als je een boek bedoelt waarin je afspraken, to-do lijsten of planningen bijhoudt.
Een gesloten, kleurrijk fysiek notitieboekje dat op een houten tafel ligt, wat suggereert dat het een plek is om afspraken vast te leggen.

Voorbeelden

Necesito una nueva agenda para el año que viene.

Ik heb een nieuwe agenda nodig voor volgend jaar.

Voy a anotar la reunión en mi agenda electrónica.

Ik ga de vergadering in mijn elektronische dagboek (of agenda) noteren.

Mi agenda está completamente llena mañana.

Mijn schema zit morgen helemaal vol.

Een vrouwelijk zelfstandig naamwoord

Onthoud dat 'agenda' een vrouwelijk woord is, ook al eindigt het op 'a' (zoals veel mannelijke woorden). Je zegt altijd 'la agenda' of 'una agenda'.

diario

dee-AH-reeo/diˈa.rjo/

zelfstandig naamwoordA2neutraal
Gebruik 'diario' als je een persoonlijk schrift bedoelt waarin je gedachten, ervaringen of gebeurtenissen opschrijft.
Een klein, gesloten, met leer ingebonden boek met een lint als bladwijzer, dat een persoonlijk dagboek voorstelt, naast een eenvoudige pen geplaatst.

Voorbeelden

Escribí todos mis sueños en mi diario personal.

Ik schreef al mijn dromen op in mijn persoonlijke dagboek.

Mi abuela encontró un diario que su padre escribió durante la guerra.

Mijn grootmoeder vond een journaal dat haar vader schreef tijdens de oorlog.

Bezittelijke Voornaamwoorden

Wanneer je over je eigen dagboek spreekt, gebruik je bezittelijke woorden zoals 'mi diario' (mijn dagboek) of 'su diario' (zijn/haar dagboek).

Agenda vs. Diario

De meest gemaakte fout is het verwarren van een afsprakenboek met een persoonlijk dagboek. Onthoud: 'agenda' is voor planningen en afspraken, 'diario' is voor persoonlijke notities en ervaringen.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.