Inklingo

Hoe zeg je "dominee" in het Spaans

Dutch → Spaans

ministro

/mi-NEES-tro//miˈnistɾo/

zelfstandig naamwoordB2formeel
Gebruik 'ministro' voor een protestantse geestelijke die een leidinggevende rol heeft, zoals het leiden van diensten of ceremonies.
Een persoon gekleed in een donkere geestelijke pij en een witte geestelijke kraag, staand aan een houten katheder, wat een religieuze predikant voorstelt.

Voorbeelden

El ministro dirigió la congregación con sabiduría y compasión.

De dominee leidde de gemeente met wijsheid en compassie.

El ministro ofició la ceremonia de bautismo el domingo pasado.

De dominee leidde de doopceremonie afgelopen zondag.

La comunidad agradeció al ministro por su apoyo espiritual.

De gemeenschap bedankte de dominee voor zijn spirituele steun.

pastor

/pas-TOR//pasˈtoɾ/

zelfstandig naamwoordB2neutraal
Gebruik 'pastor' voor een geestelijke die de zorg voor een lokale geloofsgemeenschap op zich neemt, vergelijkbaar met een pastoor in bredere zin.
Een persoon in formele geestelijke gewaden staand achter een eenvoudige houten lessenaar.

Voorbeelden

Nuestro pastor nos animó a participar más en las actividades de la iglesia.

Onze dominee moedigde ons aan om meer deel te nemen aan de kerkactiviteiten.

El pastor de la iglesia local nos visitó en casa.

De dominee van de plaatselijke kerk bezocht ons thuis.

El pastor dio un mensaje de esperanza a la congregación.

De dominee gaf een boodschap van hoop aan de gemeente.

Metaforische Oorsprong

Deze betekenis is een uitbreiding van de eerste. Een religieuze leider wordt gezien als een 'herder' die zijn 'kudde' (de mensen in de gemeente) leidt en verzorgt. Dit concept is vergelijkbaar met hoe we in het Nederlands 'herder' voor God of Jezus gebruiken.

sacerdote

/sa-ser-DOH-teh//saθeɾˈdo.te/

zelfstandig naamwoordB1neutraal
Gebruik 'sacerdote' specifiek voor een priester binnen de Katholieke of Orthodoxe Kerk, niet voor een protestantse dominee.
Een lachende mannelijke priester in een zwarte soutane en een witte geestelijke kraag, staand tegen een eenvoudige gekleurde achtergrond.

Voorbeelden

El sacerdote escuchó la confesión y ofreció absolución.

De priester luisterde naar de biecht en bood absolutie.

El sacerdote ofició la boda en la iglesia principal.

De priester voltrok het huwelijk in de hoofdkerk.

Necesito hablar con un sacerdote sobre mis preocupaciones.

Ik moet met een priester praten over mijn zorgen.

La comunidad se reunió para escuchar el sermón del joven sacerdote recién ordenado.

De gemeenschap verzamelde zich om de preek van de recent gewijde jonge priester te horen.

Mannelijk Naamwoord Regel

Hoewel dit woord eindigt op '-e', is het altijd mannelijk. Gebruik 'el' of 'un' ervoor: 'el sacerdote'. Dit is anders dan in het Nederlands, waar woorden als 'de dame' of 'de studente' vrouwelijk zijn, maar 'de priester' altijd mannelijk is.

Verwarring over het Geslacht

Fout:La sacerdote visitó el hospital.

Correctie: El sacerdote visitó el hospital. (Als je naar een mannelijke priester verwijst, blijft het zelfstandig naamwoord mannelijk, in tegenstelling tot sommige Nederlandse woorden die op -er eindigen maar vrouwelijk kunnen zijn, zoals 'de bakker' (vrouw)).

Verwarring tussen 'ministro' en 'pastor'

De grootste valkuil is het verwarren van 'ministro' en 'pastor', aangezien beide naar protestantse geestelijken kunnen verwijzen. 'Ministro' benadrukt vaak de officiële rol en leiderschap, terwijl 'pastor' meer de nadruk legt op de pastorale zorg voor de gemeente.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.