Hoe zeg je "gras" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “gras” is “hierba” — gebruik 'hierba' voor gras in het algemeen, zoals in een gazon of een veld dat gemaaid moet worden.
hierba
YAIR-bahˈjeɾ.βa

Voorbeelden
Necesito cortar la hierba del jardín este fin de semana.
Ik moet dit weekend het gras in de tuin maaien.
Nos sentamos en la hierba para hacer un picnic.
We zaten op het gras om te picknicken.
Altijd Vrouwelijk
Hoewel 'hierba' begint met de klank 'je' (een sterke klinkerklank), krijgt het niet het mannelijke lidwoord 'el' zoals sommige andere vrouwelijke zelfstandige naamwoorden (bv. el agua). Het is altijd 'la hierba'.
Het verkeerde lidwoord gebruiken
Fout: “El hierba es verde.”
Correctie: La hierba es verde. (Het gras is groen.)
pasto
PAHS-tohˈpasto

Voorbeelden
El pasto es muy verde en primavera.
Het gras is erg groen in de lente.
Tengo que cortar el pasto este fin de semana.
Ik moet dit weekend het gazon maaien.
No camines por el pasto, está mojado.
Loop niet op het gras; het is nat.
Gebruik van 'el' met Pasto
Hoewel 'pasto' kan verwijzen naar gras in het algemeen, gebruiken we bijna altijd het woord 'el' (de) ervoor als we het hebben over een specifiek gazon of gebied.
Telbaar vs. Ontelbaar
In tegenstelling tot het Nederlands, waar je 'wat gras' kunt zeggen, gedraagt 'el pasto' zich in het Spaans meer als een enkelvoudig object (het gazon).
Pasto vs. Pasta
Fout: “Quiero comer pasto.”
Correctie: Quiero comer pasta.
césped
Voorbeelden
El niño corrió descalzo sobre el césped recién cortado.
Het kind rende blootsvoets over het vers gemaaide gras.
Gras: Hierba, Pasto of Césped?
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

