Hoe zeg je "kar" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “kar” is “carro” — A2 niveau.
Dutch → SpaansA2
nounA2
Niet-gemotoriseerd voertuig voor goederen

Voorbeelden
Necesitamos un carro grande para llevar todas estas bolsas del mercado.
We hebben een grote kar nodig om al deze boodschappentassen te dragen.
El granjero cargó la paja en el carro tirado por el caballo.
De boer laadde het stro op de wagen die door het paard werd getrokken.
Verkleinwoordvorm
Om over een kleine kar te praten, zoals een winkelwagentje of een speelgoedwagen, kun je de verkleinwoordvorm 'carrito' gebruiken. Dit is vergelijkbaar met het Nederlandse gebruik van 'karretje' of 'wagentje'.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.