Hoe zeg je "wagen" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “wagen” is “coche” — dit is de meest algemene term voor een personenauto in Spanje en wordt het meest gebruikt in alledaagse situaties..
coche
/KO-cheh//ˈko.t͡ʃe/

Voorbeelden
Mi coche es rojo.
Mijn auto is rood.
Vamos a la playa en coche.
We gaan met de auto naar het strand.
Aparqué el coche cerca de tu casa.
Ik parkeerde de auto bij jouw huis.
Gebruik van 'en' voor Vervoer
Om aan te geven dat je met een voertuig zoals een auto reist, gebruik je het voorzetsel 'en'. Bijvoorbeeld: 'viajo en coche' betekent 'ik reis met de auto'. Dit is vergelijkbaar met het Nederlandse 'met de auto' of 'in de auto'.
'Coche' vs. 'Carro' vs. 'Auto'
Fout: “Het gebruik van 'coche' in een land waar 'carro' of 'auto' gebruikelijker is, kan wat onnatuurlijk klinken. Nederlanders gebruiken meestal 'auto', dus 'auto' is de veiligste keuze als je twijfelt, maar let op de Spaanse context.”
Correctie: Hoewel 'coche' overal wordt begrepen, probeer 'carro' (in Mexico, Colombia, etc.) of 'auto' (in Argentinië, Chili, etc.) te gebruiken om in die regio's meer als een local te klinken.
auto
/OW-toh//ˈau.to/

Voorbeelden
Mi auto nuevo es de color rojo.
Mijn nieuwe auto is rood.
¿Dónde estacionaste el auto?
Waar heb je de auto geparkeerd?
Vamos a necesitar un auto más grande para la familia.
We hebben een grotere auto nodig voor het gezin.
Geslacht van 'Auto'
'Auto' is een mannelijk zelfstandig naamwoord, dus je gebruikt altijd 'el' of 'un' ervoor, zoals 'el auto rojo' (de rode auto). Het is de afkorting van het mannelijke woord 'automóvil'.
'Auto' vs. 'Coche' vs. 'Carro'
Fout: “Het gebruik van 'coche' in Colombia of 'carro' in Spanje voor alledaagse gesprekken.”
Correctie: Gebruik 'auto' of 'carro' in het grootste deel van Latijns-Amerika. Gebruik 'coche' in Spanje. 'Auto' wordt overal breed begrepen, wat het een veilige keuze maakt.
carro
/KAH-rroh//ˈkarro/

Voorbeelden
Necesitamos un carro grande para llevar todas estas bolsas del mercado.
We hebben een grote kar nodig om al deze boodschappentassen te dragen.
El granjero cargó la paja en el carro tirado por el caballo.
De boer laadde het stro op de wagen die door het paard werd getrokken.
Verkleinwoordvorm
Om over een kleine kar te praten, zoals een winkelwagentje of een speelgoedwagen, kun je de verkleinwoordvorm 'carrito' gebruiken. Dit is vergelijkbaar met het Nederlandse gebruik van 'karretje' of 'wagentje'.
Coche vs. Auto vs. Carro
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.


