Inklingo

Hoe zeg je "keet" in het Spaans

Dutch → Spaans

cabaña

zelfstandig naamwoordA1neutraal
Gebruik 'cabaña' voor een eenvoudige, vaak houten hut, meestal gelegen in een natuurlijke omgeving zoals de bergen of het bos, en vaak bedoeld voor recreatie of tijdelijk verblijf.

Voorbeelden

Alquilamos una cabaña acogedora para pasar el fin de semana.

We huurden een gezellige hut om het weekend door te brengen.

rancho

/rran-choh//ˈrantʃo/

zelfstandig naamwoordA2neutraal
Gebruik 'rancho' voor een meer rustieke, vaak landelijke of afgelegen woning, soms van eenvoudige materialen gebouwd, en kan ook verwijzen naar een boerderij of landgoed.
Een kleine, rustieke hut met een rieten dak en een houten deur genesteld in een open plek in het bos.

Voorbeelden

Los vaqueros vivían en un rancho cerca de las colinas.

De cowboys woonden in een rancho nabij de heuvels.

Construyeron un rancho de paja y barro cerca de la playa.

Ze bouwden een hut van stro en modder bij het strand.

El viejo vivía solo en su rancho, lejos del pueblo.

De oude man woonde alleen in zijn krot, ver van het dorp.

Cabaña versus Rancho

De meest gemaakte fout is het door elkaar halen van 'cabaña' en 'rancho'. Hoewel beide naar een soort hut verwijzen, is 'cabaña' specifieker voor een recreatieve hut in de natuur, terwijl 'rancho' breder is en ook een landelijke of boerderij-achtige woning kan aanduiden.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.