Inklingo

Hoe zeg je "klaslokaal" in het Spaans

Dutch → Spaans

aula

OW-lahˈawla

zelfstandig naamwoordA1algemeen
Gebruik 'aula' voor de algemene ruimte waar onderwijs plaatsvindt, vaak met een iets formelere of bredere betekenis dan alleen een klas.
Een lichte, uitnodigende klas met kleine bureaus, stoelen en een schoolbord.

Voorbeelden

El aula está equipada con nuevas pizarras digitales.

Het klaslokaal is uitgerust met nieuwe digitale schoolborden.

El aula está en el segundo piso.

Het klaslokaal bevindt zich op de tweede verdieping.

Los estudiantes deben guardar silencio dentro del aula.

Studenten moeten stil zijn in het klaslokaal.

Nuestra universidad ha inaugurado una nueva aula virtual.

Onze universiteit heeft een nieuw virtueel klaslokaal geopend.

De 'El'-valkuil

Hoewel 'aula' een vrouwelijk woord is (net als 'de klas' in het Nederlands), gebruiken we 'el aula' in plaats van 'la aula'. Dit komt omdat het woord begint met een krachtige 'A'-klank. Het gebruik van 'el' voorkomt dat twee 'A'-klanken direct op elkaar botsen.

Meervoud is Normaal

Als je het over meer dan één klaslokaal hebt, verdwijnt de 'botsingsregel'. Je zegt 'las aulas', niet 'los aulas'.

Gebruik van 'La' in enkelvoud

Fout:La aula es pequeña.

Correctie: El aula es pequeña. (Gebruik 'el' voor enkelvoudige woorden die beginnen met een klemtoon op de 'A' om de uitspraak te vergemakkelijken).

Gebruik van 'Los' in meervoud

Fout:Los aulas están vacías.

Correctie: Las aulas están vacías. (Het woord is nog steeds vrouwelijk, dus 'las' is de juiste keuze voor het meervoud).

clase

KLAH-sehˈklase

zelfstandig naamwoordA2algemeen
Gebruik 'clase' wanneer je specifiek verwijst naar de fysieke ruimte waarin een les daadwerkelijk plaatsvindt, vaak de meest directe vertaling voor 'klaslokaal'.
Een interieurzicht van een leeg, licht klaslokaal met verschillende kleine houten bureaus en stoelen netjes gerangschikt naar een groot raam.

Voorbeelden

Los estudiantes ya están en la clase esperando al profesor.

De studenten zijn al in het klaslokaal en wachten op de leraar.

Por favor, entren en la clase en silencio.

Alsjeblieft, ga stil het klaslokaal binnen.

La clase tiene veinte pupitres y una pizarra blanca.

Het klaslokaal heeft twintig bureaus en een wit schoolbord.

salón

zelfstandig naamwoordA2algemeen
Gebruik 'salón' voor een specifieke ruimte waar lessen worden gegeven, vaak gebruikt in de context van examens, specifieke lokalen of grotere ruimtes.

Voorbeelden

La reunión se llevará a cabo en el salón de actos.

De bijeenkomst zal plaatsvinden in het klaslokaal (of de zaal) voor bijeenkomsten.

Aula, clase of salón?

De meest gemaakte fout is het door elkaar halen van 'aula' en 'clase'. 'Aula' is algemener voor een onderwijsruimte, terwijl 'clase' directer verwijst naar de ruimte waar de les zelf is. 'Salón' wordt vaak gebruikt voor specifieke lokalen of zalen.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.