Inklingo

Hoe zeg je "kreupel" in het Spaans

Dutch → Spaans

cojo

KOH-hohˈko.xo

adjectiefB1informeel
Gebruik 'cojo' als je wilt aangeven dat iemand moeite heeft met lopen door een tijdelijke blessure, pijn of een aangeboren afwijking die het lopen bemoeilijkt.
Een jongetje dat moeite heeft met lopen terwijl hij zwaar leunt op een houten kruk.

Voorbeelden

El perro estaba cojo después de la caída.

De hond liep te mank na de val.

Esta silla está coja; no te sientes en ella.

Deze stoel is wankel; ga er niet op zitten.

Se levantó y se fue, aunque parecía un poco cojo.

Hij stond op en ging weg, ook al leek hij een beetje kreupel.

Overeenkomst in Geslacht en Getal

Net als de meeste Spaanse bijvoeglijke naamwoorden, verandert 'cojo' zijn uitgang om aan te sluiten bij het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft: 'cojo' (mannelijk enkelvoud), 'coja' (vrouwelijk enkelvoud), 'cojos' (mannelijk meervoud), 'cojas' (vrouwelijk meervoud).

inválido

adjectiefB1neutraal
Gebruik 'inválido' om een permanente toestand van invaliditeit aan te duiden, vaak na een ernstig ongeluk of ziekte, waardoor iemand niet meer kan functioneren zoals voorheen.

Voorbeelden

Quedó inválido después del accidente de coche.

Hij bleef gehandicapt na het auto-ongeluk.

Cojo vs. Inválido: het verschil

De meest voorkomende fout is het verwarren van 'cojo' en 'inválido'. 'Cojo' duidt meestal op een tijdelijk of minder ernstig probleem met lopen, terwijl 'inválido' een permanente en vaak meer ingrijpende staat van invaliditeit beschrijft.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.