Inklingo

Hoe zeg je "wankel" in het Spaans

Dutch → Spaans

inestable

/ee-nes-TAH-bleh//inesˈtaβle/

adjectiefB1neutraal
Gebruik 'inestable' wanneer je het hebt over iets dat niet stevig staat of dreigt om te vallen, zoals een meubelstuk, een constructie of een situatie die onzeker is.
Een stapel ongelijk gevormde houten blokken die gevaarlijk naar één kant leunt op een vlak oppervlak.

Voorbeelden

Esta silla es inestable y se mueve mucho.

Deze stoel is wankel en beweegt veel.

Esta mesa es un poco inestable.

Deze tafel is een beetje wankel.

El clima está muy inestable hoy; podría llover en cualquier momento.

Het weer is vandaag erg onstabiel; het kan elk moment gaan regenen.

La situación política en la región sigue siendo inestable.

De politieke situatie in de regio blijft onstabiel.

Eén vorm voor iedereen

Dit woord eindigt op -e, wat betekent dat het hetzelfde blijft, ongeacht of je een mannelijk zelfstandig naamwoord (el clima) of een vrouwelijk zelfstandig naamwoord (la mesa) beschrijft. Dit is anders dan in het Nederlands, waar we vaak 'onstabiel' (onzijdig/mannelijk) en 'onstabiele' (vrouwelijk) hebben.

Ser vs. Estar

Gebruik 'ser' als iets van nature onstabiel is (zoals een slecht karaktertrekje) en 'estar' als het momenteel onstabiel is (zoals het weer of een wiebelende stoel). Dit komt overeen met het Nederlandse gebruik van 'zijn' (permanent/inherent) versus 'staan' (tijdelijke toestand).

Gebruik geen 'inestabla'

Fout:La silla está inestabla.

Correctie: La silla está inestable. Adjectieven die op -e eindigen, veranderen niet in -a voor vrouwelijke zaken, in tegenstelling tot veel Nederlandse adjectieven die wel een -e krijgen.

cojo

KOH-hoh/ˈko.xo/

adjectiefB1neutraal
Gebruik 'cojo' specifiek wanneer je een fysieke bewegingsbeperking bedoelt, meestal bij levende wezens zoals mensen of dieren, die daardoor mank lopen of een 'wankele' tred hebben.
Een jongetje dat moeite heeft met lopen terwijl hij zwaar leunt op een houten kruk.

Voorbeelden

El anciano caminaba cojo por el parque.

De oude man liep mank (wankel) door het park.

El perro estaba cojo después de la caída.

De hond liep te mank na de val.

Esta silla está coja; no te sientes en ella.

Deze stoel is wankel; ga er niet op zitten.

Se levantó y se fue, aunque parecía un poco cojo.

Hij stond op en ging weg, ook al leek hij een beetje kreupel.

Overeenkomst in Geslacht en Getal

Net als de meeste Spaanse bijvoeglijke naamwoorden, verandert 'cojo' zijn uitgang om aan te sluiten bij het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft: 'cojo' (mannelijk enkelvoud), 'coja' (vrouwelijk enkelvoud), 'cojos' (mannelijk meervoud), 'cojas' (vrouwelijk meervoud).

Inestable vs. Cojo

De meest gemaakte fout is het gebruik van 'cojo' voor objecten. 'Cojo' verwijst bijna altijd naar levende wezens met een fysieke beperking. Gebruik voor niet-levende zaken die niet stabiel zijn altijd 'inestable'.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.