Hoe zeg je "look" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “look” is “apariencia” — gebruik 'apariencia' om het algemene uiterlijk of de fysieke verschijning van een persoon of ding te beschrijven..
apariencia
ah-pah-rye-EN-see-ah/apaˈɾjenθja/

Voorbeelden
Su apariencia física es muy atlética.
Zijn fysieke uiterlijk is erg atletisch.
Me gusta la apariencia de esta nueva casa.
Ik hou van de look van dit nieuwe huis.
Ella cuida mucho su apariencia personal.
Ze besteedt veel zorg aan haar persoonlijke uiterlijk.
Regel voor Vrouwelijke Zelfstandige Naamwoorden
De meeste Spaanse zelfstandige naamwoorden die eindigen op -cia, zoals 'apariencia', zijn vrouwelijk en vereisen vrouwelijke lidwoorden (la apariencia, una apariencia). Dit is vergelijkbaar met Nederlandse woorden die vaak op -heid of -ing eindigen en vrouwelijk zijn (de verschijning, de ervaring).
pinta
/PEEN-tah//ˈpin.ta/

Voorbeelden
Esa comida tiene muy buena pinta. ¡Quiero probarla!
Dat eten ziet er erg goed uit (heeft een goed uiterlijk). Ik wil het proberen!
El nuevo entrenador tiene pinta de ser muy estricto.
De nieuwe coach lijkt (heeft het uiterlijk van) erg streng te zijn.
Llevas una pinta muy elegante hoy. ¿Tienes una reunión?
Je hebt vandaag een heel elegante look. Heb je een afspraak?
Gebruik van 'Tener'
We gebruiken bijna altijd 'pinta' met het werkwoord 'tener' (hebben) om het uiterlijk van iets te beschrijven, net zoals we zeggen 'het heeft een goede look' in plaats van 'het ziet er goed uit'.
Verwarring met 'Parecer'
Fout: “La comida parece buena pinta.”
Correctie: La comida tiene buena pinta. ('Pinta' betekent al 'look', dus 'parecer' (lijken) is hier meestal overbodig.)
Apariencia vs. Pinta
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

