Hoe zeg je "uiterlijk" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “uiterlijk” is “apariencia” — gebruik 'apariencia' voor het algemene fysieke voorkomen of het externe aspect van een persoon of ding..
apariencia
ah-pah-rye-EN-see-ah/apaˈɾjenθja/

Voorbeelden
Su apariencia física es muy atlética.
Zijn fysieke uiterlijk is erg atletisch.
Me gusta la apariencia de esta nueva casa.
Ik hou van de look van dit nieuwe huis.
Ella cuida mucho su apariencia personal.
Ze besteedt veel zorg aan haar persoonlijke uiterlijk.
Regel voor Vrouwelijke Zelfstandige Naamwoorden
De meeste Spaanse zelfstandige naamwoorden die eindigen op -cia, zoals 'apariencia', zijn vrouwelijk en vereisen vrouwelijke lidwoorden (la apariencia, una apariencia). Dit is vergelijkbaar met Nederlandse woorden die vaak op -heid of -ing eindigen en vrouwelijk zijn (de verschijning, de ervaring).
aspecto
/as-PEK-toh//asˈpekto/

Voorbeelden
Tiene buen aspecto después de sus vacaciones.
Hij ziet er goed uit na zijn vakantie.
El aspecto del edificio es antiguo, pero el interior es moderno.
Het uiterlijk van het gebouw is oud, maar het interieur is modern.
Cuidar su aspecto físico es importante para ella.
Het verzorgen van haar uiterlijke verschijning is belangrijk voor haar.
Regel voor mannelijk zelfstandig naamwoord
Onthoud dat 'aspecto' altijd een mannelijk woord is, dus gebruik het lidwoord 'el' of 'un': 'el aspecto' (het uiterlijk). Dit is vergelijkbaar met veel Nederlandse zelfstandige naamwoorden die met '-o' eindigen en mannelijk zijn, zoals 'het duo' (hoewel 'duo' in het Nederlands onzijdig is, is de regel hier dat de Spaanse vorm mannelijk is).
Het verkeerde geslacht gebruiken
Fout: “La aspecto es bueno.”
Correctie: El aspecto es bueno. ('Aspecto' is mannelijk, ook al eindigt het op 'o', wat leerders soms in de war brengt omdat veel Nederlandse woorden die op '-o' eindigen onzijdig zijn, zoals 'het duo'.)
aire
/ai-reh//ˈai.ɾe/

Voorbeelden
Ese chico tiene un aire a su abuelo.
Die jongen heeft het uiterlijk van zijn grootvader / lijkt een beetje op zijn grootvader.
Llegó con un aire de superioridad.
Hij kwam aan met een uitstraling van superioriteit.
La decoración le da a la habitación un aire muy moderno.
De decoratie geeft de kamer een heel moderne vibe.
pinta
/PEEN-tah//ˈpin.ta/

Voorbeelden
Esa comida tiene muy buena pinta. ¡Quiero probarla!
Dat eten ziet er erg goed uit (heeft een goed uiterlijk). Ik wil het proberen!
El nuevo entrenador tiene pinta de ser muy estricto.
De nieuwe coach lijkt (heeft het uiterlijk van) erg streng te zijn.
Llevas una pinta muy elegante hoy. ¿Tienes una reunión?
Je hebt vandaag een heel elegante look. Heb je een afspraak?
Gebruik van 'Tener'
We gebruiken bijna altijd 'pinta' met het werkwoord 'tener' (hebben) om het uiterlijk van iets te beschrijven, net zoals we zeggen 'het heeft een goede look' in plaats van 'het ziet er goed uit'.
Verwarring met 'Parecer'
Fout: “La comida parece buena pinta.”
Correctie: La comida tiene buena pinta. ('Pinta' betekent al 'look', dus 'parecer' (lijken) is hier meestal overbodig.)
presentación
Voorbeelden
La presentación del postre era tan bonita que no queríamos comerlo.
De presentatie (of opmaak) van het dessert was zo mooi dat we het niet wilden opeten.
Verwarring tussen 'apariencia' en 'aspecto'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.



