Hoe zeg je "uitstraling" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “uitstraling” is “imagen” — gebruik 'imagen' als je het hebt over het imago of de publieke perceptie van een persoon, bedrijf of product, vooral na gebeurtenissen die dit imago kunnen beïnvloeden..
imagen
/ee-MAH-hen//iˈma.xen/

Voorbeelden
El político busca mejorar su imagen pública tras el escándalo.
De politicus probeert zijn publieke imago te verbeteren na het schandaal.
El presidente está tratando de mejorar su imagen después del escándalo.
De president probeert zijn imago te verbeteren na het schandaal.
Ella proyecta una imagen de gran confianza y profesionalismo.
Zij straalt groot zelfvertrouwen en professionaliteit uit.
Necesitamos cambiar la imagen corporativa de la empresa.
We moeten de bedrijfsidentiteit (of het imago) van het bedrijf veranderen.
Acties en Imago
Wanneer men spreekt over het opbouwen of onderhouden van een reputatie, gebruikt het Spaans vaak werkwoorden zoals proyectar (uitstralen/projecteren), mejorar (verbeteren) of cuidar (zorgen voor).
aire
/ai-reh//ˈai.ɾe/

Voorbeelden
Ese chico tiene un aire a su abuelo.
Die jongen heeft de uitstraling van zijn grootvader / lijkt een beetje op zijn grootvader.
Llegó con un aire de superioridad.
Hij kwam aan met een uitstraling van superioriteit.
La decoración le da a la habitación un aire muy moderno.
De decoratie geeft de kamer een heel moderne vibe.
presencia
preh-SEN-syah/pɾeˈsen.sja/

Voorbeelden
La actriz tiene una gran presencia en pantalla.
De actrice heeft een grote uitstraling op het scherm.
El director tiene una gran presencia escénica.
De regisseur heeft een geweldige podiumaanwezigheid.
Aunque era callado, su presencia era imponente.
Hoewel hij stil was, was zijn uitstraling imposant.
pinta
/PEEN-tah//ˈpin.ta/

Voorbeelden
Esa comida tiene muy buena pinta. ¡Quiero probarla!
Dat eten ziet er erg goed uit (heeft een goede uitstraling). Ik wil het proberen!
El nuevo entrenador tiene pinta de ser muy estricto.
De nieuwe coach lijkt (heeft het uiterlijk van) erg streng te zijn.
Llevas una pinta muy elegante hoy. ¿Tienes una reunión?
Je hebt vandaag een heel elegante look. Heb je een afspraak?
Gebruik van 'Tener'
We gebruiken bijna altijd 'pinta' met het werkwoord 'tener' (hebben) om het uiterlijk van iets te beschrijven, net zoals we zeggen 'het heeft een goede look' in plaats van 'het ziet er goed uit'.
Verwarring met 'Parecer'
Fout: “La comida parece buena pinta.”
Correctie: La comida tiene buena pinta. ('Pinta' betekent al 'look', dus 'parecer' (lijken) is hier meestal overbodig.)
Verwarring tussen 'imagen' en 'aire'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.



