Inklingo

Hoe zeg je "minderjarig" in het Spaans

Dutch → Spaans

menor

/meh-NOR//meˈnoɾ/

AdjectiefA1Formeel/Neutraal
Gebruik 'menor' als je specifiek verwijst naar iemand die de wettelijke leeftijd van volwassenheid nog niet heeft bereikt, vaak in juridische of formele contexten.
Een visuele vergelijking die een zeer grote rode appel naast een piepkleine rode appel toont.

Voorbeelden

Los menores de edad no pueden votar.

Minderjarigen mogen niet stemmen.

Necesito una porción menor de sopa.

Ik heb een kleinere portie soep nodig.

El costo fue mucho menor de lo que esperábamos.

De kosten waren veel minder dan we hadden verwacht.

Esta es la calle menor que lleva al parque.

Dit is het kleinere straatje dat naar het park leidt.

Bevat al 'meer'

In tegenstelling tot het Nederlands zeg je nooit 'más menor' (meer kleiner). 'Menor' betekent al 'kleiner dan' of 'minder dan', dus je gebruikt het direct.

Geslachtcontrole

Dit woord blijft hetzelfde, ongeacht of het zelfstandig naamwoord mannelijk of vrouwelijk is (el riesgo menor, la casa menor). Het verandert alleen in 'menores' bij meervoud.

Het toevoegen van 'más'

Fout:La casa es más menor que el apartamento.

Correctie: La casa es menor que el apartamento. (Het huis is kleiner dan het appartement.)

pequeño

AdjectiefInformeel/Neutraal
Gebruik 'pequeño' in de betekenis van 'minderjarig' wanneer je het hebt over een jonger persoon binnen een familie of groep, vergelijkbaar met 'jongere'.

Voorbeelden

Mi hermano pequeño tiene diez años.

Mijn jongere broer is tien jaar oud.

Verwarring tussen 'menor' en 'pequeño'

De meest gemaakte fout is het gebruik van 'pequeño' in juridische contexten waar 'menor' vereist is. 'Pequeño' betekent letterlijk 'klein' of 'jonger', terwijl 'menor' de specifieke juridische status van minderjarigheid aangeeft.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.