Hoe zeg je "spiegel" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “spiegel” is “espejo” — gebruik 'espejo' voor een reflecterend oppervlak zoals een badkamerspiegel, handspiegel of een spiegel in de auto..
espejo
/es-PEH-ho//esˈpe.xo/

Voorbeelden
Me miré en el espejo antes de salir.
Ik keek in de spiegel voordat ik wegging.
Me peiné frente al espejo del baño.
Ik kamde mijn haar voor de badkamerspiegel.
Ten cuidado, rompiste el espejo de la pared.
Pas op, je hebt de spiegel aan de muur gebroken.
Ella siempre lleva un pequeño espejo en su bolso.
Zij draagt altijd een kleine spiegel in haar handtas.
Mannelijk Zelfstandig Naamwoord Regel
'Espejo' is altijd mannelijk, dus je moet 'el' (de) of 'un' (een) ervoor gebruiken: 'el espejo' of 'un espejo'.
Verwarring over Geslacht
Fout: “La espejo (het gebruik van het vrouwelijke lidwoord)”
Correctie: El espejo (het is mannelijk, de uitgang op -o is een goede aanwijzing). Zeg 'El espejo está limpio.'
luna
/loo-nah//ˈluna/

Voorbeelden
El mecánico reemplazó la luna rota del coche.
De monteur verving de kapotte voorruit van de auto.
Tengo una grieta en la luna delantera del coche.
Ik heb een barst in de voorruit van de auto.
Un ladrón rompió la luna del escaparate para robar.
Een dief brak de etalageruit om te stelen.
Meest gemaakte fout: 'espejo' of 'luna'?
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

