Hoe zeg je "verkleedkostuum" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “verkleedkostuum” is “disfraz” — gebruik 'disfraz' wanneer je het hebt over een kostuum dat gedragen wordt voor een feest, zoals een verkleedfeest, carnaval of een themafeest..
disfraz
/dees-frahs//disˈfɾaθ/

Voorbeelden
Mi hermana se puso un disfraz de hada para la fiesta de cumpleaños.
Mijn zus trok een feeënkostuum aan voor het verjaardagsfeest.
El niño no reconoció a su padre con el disfraz de oso.
Het kind herkende zijn vader niet in de berenvermomming.
Necesitamos comprar un disfraz nuevo para Halloween.
We moeten een nieuw kostuum kopen voor Halloween.
Geslachtsbepaling
Hoewel 'disfraz' eindigt op een 'z', is het altijd een mannelijk zelfstandig naamwoord. Je moet 'el' (el disfraz) gebruiken en 'los' voor het meervoud ('los disfraces'). Dit is anders dan in het Nederlands, waar het woord 'het kostuum' is (onzijdig).
Zelfstandig naamwoord verwarren met Werkwoord
Fout: “Het zelfstandig naamwoord 'disfraz' gebruiken wanneer je 'zich verkleden' bedoelt.”
Correctie: Om te zeggen 'Ik verkleedde me', gebruik je het gerelateerde werkwoord 'disfrazarse' (Me disfracé), niet het zelfstandig naamwoord.
fantasía
Voorbeelden
Solo llevaba unos aros de fantasía, no eran de oro.
Ze droeg alleen wat kostuumoorbellen; ze waren niet van goud.
Disfraz vs. Fantasía
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.
