Inklingo

Hoe zeg je "vloer" in het Spaans

Dutch → Spaans

piso

/pee-so//ˈpiso/

zelfstandig naamwoordA1neutraal
Gebruik 'piso' als je het hebt over het algemeen over het oppervlak van een kamer of appartement, zoals de vloer waarop je loopt of meubels plaatst.
Een eenvoudige illustratie van een schoon, glanzend houten vloeroppervlak met een kleurrijk speelgoedblokje erop.

Voorbeelden

El piso de la cocina necesita una limpieza profunda.

De vloer van de keuken heeft een grondige reiniging nodig.

Ten cuidado, el piso está mojado.

Ten cuidado, el piso está mojado.

El niño dejó caer sus juguetes en el piso.

El niño dejó caer sus juguetes en el piso.

suelo

/SWEH-loh//ˈswelo/

zelfstandig naamwoordneutraal
Gebruik 'suelo' specifiek voor de grond of het oppervlak waar je direct op loopt, vooral als het gaat om de blote vloer of wanneer je het hebt over iets dat op de grond ligt.
Een dwarsdoorsnede van vruchtbare bruine aarde die wortels en een kleine, gezonde groene plant toont die uit het oppervlak groeit.

Voorbeelden

No dejes los juguetes tirados por el suelo.

Laat het speelgoed niet op de vloer slingeren.

El gato está durmiendo en el suelo.

De kat slaapt op de vloer.

Ten cuidado, el suelo está mojado por la lluvia.

Pas op, de grond is nat van de regen.

Este tipo de suelo es perfecto para cultivar tomates.

Dit soort aarde is perfect voor het kweken van tomaten.

Suelo versus Piso

Suelo is het oppervlak waar je op loopt (vloer, grond). Piso kan ook 'vloer' betekenen, maar wordt ook gebruikt voor een appartement of een verdieping van een gebouw. 'Vivo en el tercer piso' (Ik woon op de derde verdieping).

Piso vs Suelo

De meest gemaakte fout is het door elkaar halen van 'piso' en 'suelo'. Hoewel 'piso' vaker wordt gebruikt voor de algehele vloer van een kamer, refereert 'suelo' meer specifiek aan het grondoppervlak waar je op stapt, of waar iets op ligt.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.