Inklingo

Hoe zeg je "voucher" in het Spaans

Het meest gebruikte Spaanse woord voorvoucheris bonogebruik 'bono' wanneer de voucher een korting vertegenwoordigt of een vooraf betaald artikel, zoals een meer-rittenkaart of een tegoed.

Dutch → Spaans

bono

boh-nohˈbono

zelfstandig naamwoordA2algemeen
Gebruik 'bono' wanneer de voucher een korting vertegenwoordigt of een vooraf betaald artikel, zoals een meer-rittenkaart of een tegoed.
Een kleurrijke plastic OV-kaart die wordt gescand bij een elektronische poort.

Voorbeelden

Compré un bono de diez viajes para el metro.

Ik kocht een kaart voor tien ritten voor de metro.

Tengo un bono de descuento para esta tienda.

Ik heb een kortingsvoucher voor deze winkel.

El bono del gimnasio me permite ir a cualquier hora.

De sportschoolkaart geeft me de mogelijkheid om op elk moment te gaan.

Altijd Mannelijk

Zelfs als het item waarnaar het verwijst (zoals 'una entrada' of 'una tarjeta') vrouwelijk is, blijft 'el bono' mannelijk.

Meervoud

Om over meer dan één te praten, voeg je gewoon een 's' toe: 'los bonos'.

Bono vs. Billete

Fout:Het gebruik van 'bono' voor een enkel kaartje voor één enkele reis.

Correctie: Gebruik 'billete' of 'boleto' voor een enkele rit, en 'bono' voor een meervoudig te gebruiken kaart.

cupón

zelfstandig naamwoordA2algemeen
Gebruik 'cupón' specifiek voor een kortingsbon die je kunt inwisselen voor een korting op een aankoop.

Voorbeelden

Tengo un cupón de descuento para el supermercado.

Ik heb een kortingsbon voor de supermarkt.

Bon o cupón?

De meest gemaakte fout is het verwarren van 'bono' en 'cupón'. 'Cupón' wordt meestal gebruikt voor een directe korting (zoals in een winkel), terwijl 'bono' vaker verwijst naar een tegoed of een set van diensten (zoals rittenkaarten of cadeaubonnen).

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.