Hoe zeg je "kaart" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “kaart” is “tarjeta” — gebruik 'tarjeta' voor een algemene, kleine kaart van plastic of dik papier, zoals een bankpas, lidmaatschapskaart of identiteitsbewijs.
tarjeta
tar-HEH-tahtaɾˈxeta

Voorbeelden
¿Aceptan pagos con tarjeta de débito?
Accepteert u betalingen met pinpas?
Necesitas mostrar tu tarjeta de embarque para subir al avión.
U moet uw instapkaart (kaart) laten zien om het vliegtuig in te gaan.
Olvidé mi tarjeta de identificación en casa.
Ik ben mijn identiteitskaart thuis vergeten.
El árbitro le mostró la tarjeta roja después de la falta.
De scheidsrechter toonde hem de rode kaart na de overtreding.
Altijd Vrouwelijk
Aangezien 'tarjeta' eindigt op '-a' en naar een ding verwijst, gebruik je vrouwelijke lidwoorden en bijvoeglijke naamwoorden: 'la tarjeta nueva' (de nieuwe kaart). In het Nederlands is 'de kaart' ook vrouwelijk, wat dit makkelijker maakt dan bij het Engels.
Gebruik van 'papier' voor 'kaart'
Fout: “Me dio un papel de cumpleaños.”
Correctie: Me dio una tarjeta de cumpleaños. ('Papel' betekent algemeen papier, 'tarjeta' betekent een specifiek opgemaakte kaart, net als 'een vel papier' versus 'een kaart' in het Nederlands.)
mapa
MAH-pahˈma.pa

Voorbeelden
Necesitamos un mapa para encontrar el camino al pueblo.
We hebben een kaart nodig om de weg naar het dorp te vinden.
El mapa del metro es muy confuso.
De metrokaart is erg verwarrend.
Presentaron el mapa de ruta para los próximos cinco años de la empresa.
Ze presenteerden het stappenplan (plan) voor de komende vijf jaar van het bedrijf.
De Mannelijke Uitzondering
Hoewel 'mapa' eindigt op -a, is het een mannelijk zelfstandig naamwoord. Dit komt doordat het uit het Grieks komt. Gebruik altijd 'el' of 'un' ervoor: 'el mapa', 'un mapa grande'.
Onjuist Geslacht
Fout: “Dame la mapa, por favor.”
Correctie: Dame el mapa, por favor. (Onthoud dat woorden die eindigen op -ma, zoals 'problema' en 'tema', vaak mannelijk zijn.)
carta
KAR-tahˈkaɾta

Voorbeelden
Me gusta jugar a las cartas con mis amigos los viernes.
Ik speel graag kaarten met mijn vrienden op vrijdag.
Roba una carta del mazo.
Trek een kaart uit het spel.
Puso sus cartas sobre la mesa para mostrar que había ganado.
Hij legde zijn kaarten op tafel om te laten zien dat hij gewonnen had.
bono
boh-nohˈbono

Voorbeelden
Compré un bono de diez viajes para el metro.
Ik kocht een kaart voor tien ritten voor de metro.
Tengo un bono de descuento para esta tienda.
Ik heb een kortingsvoucher voor deze winkel.
El bono del gimnasio me permite ir a cualquier hora.
De sportschoolkaart geeft me de mogelijkheid om op elk moment te gaan.
Altijd Mannelijk
Zelfs als het item waarnaar het verwijst (zoals 'una entrada' of 'una tarjeta') vrouwelijk is, blijft 'el bono' mannelijk.
Meervoud
Om over meer dan één te praten, voeg je gewoon een 's' toe: 'los bonos'.
Bono vs. Billete
Fout: “Het gebruik van 'bono' voor een enkel kaartje voor één enkele reis.”
Correctie: Gebruik 'billete' of 'boleto' voor een enkele rit, en 'bono' voor een meervoudig te gebruiken kaart.
tarjeta
Voorbeelden
El árbitro le mostró la tarjeta roja después de la falta.
De scheidsrechter toonde hem de rode kaart na de overtreding.
Verwarring tussen 'tarjeta' en 'bono'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.



