Inklingo

Hoe zeg je "warmte" in het Spaans

Dutch → Spaans

calor

kah-LORkaˈloɾ

zelfstandig naamwoordA1neutraal
Gebruik 'calor' om fysieke warmte, temperatuur of een gevoel van behaaglijkheid aan te duiden.
Een felgele zon die intens schijnt boven een uitgestrekt, droog woestijnlandschap, wat hoge temperatuur en hitte illustreert.

Voorbeelden

En verano, la calor es insoportable.

In de zomer is de warmte ondraaglijk.

Hace mucho calor en verano aquí.

Het is erg heet in de zomer hier.

Tengo tanto calor que necesito un helado.

Ik heb het zo warm dat ik een ijsje nodig heb.

El calor del fuego nos mantuvo cómodos.

De warmte van het vuur hield ons comfortabel.

Regel voor mannelijk zelfstandig naamwoord

'Calor' is een mannelijk zelfstandig naamwoord. Gebruik altijd 'el' ervoor (el calor), net als bij veel andere Spaanse woorden die eindigen op '-or'.

Het warm hebben: Tener vs. Estar

Om te zeggen dat je het warm hebt, gebruikt het Spaans het werkwoord 'tener' (hebben). Je zegt 'Tengo calor' (Ik heb hitte), NIET 'Soy/Estoy caliente'.

Figuurlijk Gebruik

In deze context gaat 'calor' van fysieke temperatuur naar emotionele temperatuur, wat duidt op hoge energie of intensiteit.

Het gevoel en het object verwarren

Fout:Estoy caliente.

Correctie: Tengo calor. ('Estoy caliente' betekent in het Spaans meestal 'opgewonden zijn', wat zelden de bedoeling is als je het over het weer hebt!)

'Hacer' verkeerd gebruiken

Fout:El día es calor.

Correctie: De juiste manier om over het weer te praten is 'Hace calor' (Het maakt hitte).

calor

kah-LORkaˈloɾ

zelfstandig naamwoordB1neutraal
Gebruik 'calor' ook om enthousiasme, passie of intensiteit in een abstractere zin, zoals bij een prestatie, te beschrijven.
Een felgele zon die intens schijnt boven een uitgestrekt, droog woestijnlandschap, wat hoge temperatuur en hitte illustreert.

Voorbeelden

Puso mucho calor en su presentación, y todos aplaudieron.

Hij legde veel passie in zijn presentatie, en iedereen applaudisseerde.

Hace mucho calor en verano aquí.

Het is erg heet in de zomer hier.

Tengo tanto calor que necesito un helado.

Ik heb het zo warm dat ik een ijsje nodig heb.

El calor del fuego nos mantuvo cómodos.

De warmte van het vuur hield ons comfortabel.

Regel voor mannelijk zelfstandig naamwoord

'Calor' is een mannelijk zelfstandig naamwoord. Gebruik altijd 'el' ervoor (el calor), net als bij veel andere Spaanse woorden die eindigen op '-or'.

Het warm hebben: Tener vs. Estar

Om te zeggen dat je het warm hebt, gebruikt het Spaans het werkwoord 'tener' (hebben). Je zegt 'Tengo calor' (Ik heb hitte), NIET 'Soy/Estoy caliente'.

Figuurlijk Gebruik

In deze context gaat 'calor' van fysieke temperatuur naar emotionele temperatuur, wat duidt op hoge energie of intensiteit.

Het gevoel en het object verwarren

Fout:Estoy caliente.

Correctie: Tengo calor. ('Estoy caliente' betekent in het Spaans meestal 'opgewonden zijn', wat zelden de bedoeling is als je het over het weer hebt!)

'Hacer' verkeerd gebruiken

Fout:El día es calor.

Correctie: De juiste manier om over het weer te praten is 'Hace calor' (Het maakt hitte).

cariño

ka-REEN-yokaˈɾiɲo

zelfstandig naamwoordA2neutraal
Gebruik 'cariño' om een gevoel van affectie, genegenheid of liefdevolle warmte tussen mensen aan te duiden.
Een afbeelding van diepe genegenheid getoond door een tedere knuffel tussen een kind en een oudere persoon.

Voorbeelden

Le tengo mucho cariño a mi abuela.

Ik heb veel genegenheid voor mijn grootmoeder.

Trata a los animales con cariño.

Hij/Zij behandelt dieren met tederheid.

Hizo el regalo con mucho cariño.

Ze maakte het cadeau met veel zorg en liefde.

Genegenheid uitdrukken met 'Tener'

Om te zeggen dat je iemand aardig vindt, gebruik je de constructie tener cariño a iemand. Dit is vergelijkbaar met zeggen dat je er 'genegenheid voor hebt'. Bijvoorbeeld, 'Le tengo cariño a mi perro' betekent 'Ik ben dol op mijn hond' (of 'Ik voel genegenheid voor mijn hond').

Het is een Gevoel, Geen Actie

Fout:Yo cariño a mi familia.

Correctie: Le tengo cariño a mi familia. `Cariño` is een gevoel dat je *hebt* voor iemand (een zelfstandig naamwoord), geen actie die je *doet* (een werkwoord). In het Nederlands gebruiken we hier vaak 'houden van' of 'aardig vinden'.

hospitalidad

os-pee-tah-lee-DAHDospitaliˈðað

zelfstandig naamwoordA2neutraal
Gebruik 'hospitalidad' specifiek om de warmte van gastvrijheid en het welkom heten van gasten te beschrijven.
Een vriendelijk persoon die glimlacht en een houten voordeur wijd opent om een gast te verwelkomen.

Voorbeelden

Gracias por su hospitalidad.

Bedankt voor uw gastvrijheid.

México es un país conocido por su gran hospitalidad.

Mexico is een land dat bekend staat om zijn grote gastvrijheid.

Brindaron hospitalidad a los viajeros que se perdieron en la tormenta.

Ze boden gastvrijheid aan de reizigers die verdwaald waren in de storm.

Altijd Vrouwelijk

Spaanse woorden die eindigen op '-dad' (zoals 'hospitalidad') zijn bijna altijd vrouwelijk. Je gebruikt 'la' of 'una' bij dit woord.

Abstract Begrip

Net als in het Nederlands is dit een 'oncountabel' zelfstandig naamwoord. Je praat meestal over 'veel' (mucha) gastvrijheid, niet over 'vele' gastvrijheden.

Vermijd 'De' soms

Fout:Me gusta la hospitalidad de ellos.

Correctie: Me gusta su hospitalidad.

Calor vs. Cariño

De meest gemaakte fout is het verwarren van 'calor' (letterlijke warmte of passie) met 'cariño' (affectie). Vergeet niet dat 'cariño' echt over emotionele warmte tussen personen gaat, terwijl 'calor' breder inzetbaar is voor temperatuur en intensiteit.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.